Alle geslaagden zijn geschikt; Trouw en De Telegraaf over de Memorie van Antwoord 1975

Afbeelding: Anneke Huisman & Johan Koppenol (1991). Daer compt de Lotery met trommels en trompetten! Loterijen in de Nederlanden tot 1726. Uitgeverij Verloren

de Lotery

Trouw of Telegraaf?

hoofdredactionele commentaren 7, resp. 8 februari 1975


Vooraf, bw

  • Interessant contrast tussen twee landelijke dagbladen: Trouw legt de vinger op de zwakke plek, de studenstops zelf, terwijl De Telegraaf niet verder komt dat demagogiek over loten. Niet dat dagbladen de gevoelens in de samenleving goed weergeven, eerder is het zo dat ze die gevoelens helpen vormen. Dat wierp ik in 1962 de hoofdredacteur van de Telegraaf ook tegen, in een novitiaatsbijeenkomst van Unitas Utrecht. Ik was al vroeg wijs?
  • N.B. Ik voeg aan de commentaren ook het nieuws toe dat beide dagbladen brengen over de plannen van staatssecretaris Ger van Klein. Alle dagbladen besteden 7 of 8 februari aandacht aan de memorie van antwoord [pdf] over de studentenstops. Ook de NRC met weer meerdere pagina’s, maar die lijken mij niet echt van toegevoegde waarde. Ik laat het bij Trouw en De Telegraaf.
  • Trouw lijkt wel een foutje in de commentaar te maken: er is geen sprake van een jaarlijks aanbod van 4000 gegadigden voor geneeskunde, die 4000 is inclusief het stuwmeer van eerder uitgelote studenten. En Trouw (of baseert Trouw zich op dat advies aan Klein?) trekt dat dan ten onrechte door naar een verre toekomst: voordat het zo ver is, treedt de varkenscyclus in werking: als de samenleving is overspoeld met te veel artsen is de opleiding wel erg onaantrekkelijk geworden. In de 70er jaren was er voor scheikunde sprake van zo’n cyclus. Zoals in heel de geschiedenis van et universitair onderwijs trouwens, zie
    • Hartmut Titze (1990). Der Akademiker-Zyklus. Historische Untersuchungen über die Wiederkehr von Überfüllung und Mangel in akademischen Karrieren. Vandenhoeck & Ruprecht.


Trouw 7 november ’75 Delpher

Commentaar

Studentenstop

Voor bepaalde studierichtingen is een studentenstop onontkoombaar Op zichzelf is er dan ook geen bezwaar tegen een wetsontwerp dat de regering machtigt om ook in de periode van 1976 tot 1978 een studentenstop af te kondigen. Wat ons betreft mag die beperkte toelating dan geregeld worden via een algehele loting. De argumenten voor loting die de regering hanteert lijken sterker dan de argumenten die voorstanders van een (altijd gebrekkige) selectie op uitsluitend examencijfers aandragen.

Onze argwaan jegens het wetsontwerp geldt meer de uitwerking dan het principe van een studentenstop. Ook de regering zegt dat een studentenstop alleen in noodgevallen gehanteerd mag worden. Daarbij moet dan aan twee voorwaarden zijn voldaan: de studie waarvoor de stop wordt ingesteld moet naar verhouding duur en bovendien sterk beroepsgericht zijn. Dat geldt in de huidige situatie bijvoorbeeld voor medicijnen. Vierduizend eerstejaars studenten per jaar is inderdaad onbetaalbaar (dat kost één miljard, eenderde van de kosten van heel het wetenschappelijk onderwijs) en zonder uitzicht (er is geen emplooi voor zoveel artsen).

Maar wat heet duur? Staatssecretaris Klein geeft zelf toe dat in verhouding bijna elke exacte studierichting duur is. Als je het met hoger beroepsonderwijs vergelijkt kun je zelfs elke universitaire studie duur noemen. En wat is beroepsgericht? Van tandheelkunde kun je wel zeggen dat die studie sterk ‘beroepsgepiekt’ is. Maar hoe zit het met biologie of Engels? Staatssecretaris Klein suggereert zelf al dat sommige studies wat algemener opgezet kunnen worden en daardoor een minder beperkt beroepsperspectief zullen bieden. Niettemin strooit hij ook kwistig Met ‘wetenschappelijk verantwoorde’ prognoses van de maatschappelijke behoefte aan academici. Als het zo doorgaat, heeft een adviescommissie becijferd, zitten we in het jaar tweeduizend bijvoorbeeld met vier- à tienduizend werkloze biologen. De regering erkent dat zulke berekeningen niet erg betrouwbaar zijn.

Toch wekt zij de indruk, te weten hoe de wereld er over vijfentwintig jaar uit zal zien. Dergelijke voorspellingen zijn gebaseerd op de vraag- en aanbodmarkt van dit moment. Maar wie weet of de biologisch misschien op sterven liggende wereld van het jaar 2000 niet zal schreeuwen om meer biologen? Trouwens, over welke toekomstige academici spreken we eigenlijk? Over de huidige academici, die vaak zeven, acht jaar gestudeerd hebben, of over de Posthumus-doctorandi die in vier jaar worden klaar gestoomd?

Het is prachtig als de regering met de mond belijdt dat zij de deur naar het hoger onderwijs zo wijd mogelijk wil openzetten. Maar wat moet je daarvan geloven als ook deze regering de studentenstops in het hoger beroepsonderwijs sanctioneert of zelfs voorschrijft? De regering, niet de instituten, heeft de toeloop beperkt tot de opleidingen van kleuterleidsters, onderwijzers en leraren.

Wanneer het parlement geen duidelijker voorwaarden stelt aan de instelling van studentenstops zowel voor universiteiten als voor het hoger beroepsonderwijs, vrezen wij dat het recht op hoger onderwijs nog verder beknot zal worden op grond van een vermeende maatschappelijke behoefte.



De Telegraaf 8 februari ’75 Delpher

Loten

Wat eerst een misplaatste grap leek, dreigt thans bittere ernst te worden. De staatssecretaris van Onderwijs, dr. G. Klein, is niet van plan af te stappen van zijn onzalige voornemen om door loting te laten uitmaken welke scholieren die slagen voor het eindexamen gymnasium of atheneum mogen studeren aan een faculteit waarvoor een studentenstop van kracht is. Tot nu toe was een systeem van kracht waarbij de aankomende studenten met een gemiddelde op hun eindexamenlijst van 7½ in ieder geval werden toegelaten.

Deze wijziging wordt dan geïntroduceerd onder de misleidende leus gelijke rechten voor alle geslaagden. Hoe staatssecretaris Klein denkt te verkopen, dat de uitgelote studenten dezelfde rechten hebben als degenen die bij toeval wel tot de universiteit worden toegelaten, is volstrekt onduidelijk.

Het systeem van loten is niets anders dan een gevaarlijk kansspel met als inzet de toekomst van tienduizenden jonge mensen. Gevaarlijk, omdat middelbare scholieren geen enkele aanmoediging meer zullen ondervinden goede studieresultaten te behalen, zo lang zij maar voldoende werken om te slagen. Gevaarlijk, omdat ook de leraren nog weinig lust zullen hebben hun leerlingen aan te moedigen hoge prestaties te leveren. Gevaarlijk, omdat vele talentvolle studenten niet kunnen studeren en daardoor voor de maatschappij verloren dreigen te gaan, terwijl een aantal middelmatigen wel een kans krijgt.

De Nieuw Linkse staatssecretaris. Klein heeft bovendien gekozen voor een elitair systeem, want de zeer gegoeden zullen hun kinderen naar het buitenland sturen om te studeren.

Wanneer het voornemen van staatssecretaris Klein wordt uitgevoerd en iedere selectie – hoe gebrekkig ook – wordt uitgebannen, bestaat er eigenlijk geen enkele reden om ook niet de volksvertegenwoordigers bij loting aan te wijzen, of de ministers en hun staatssecretarissen. Het enige voordeel van het loten om de post van staatssecretaris zou zijn, dat dr. Klein dan een zeer geringe kans op die functie zou hebben.



Ook in Trouw, 7 februari 1975 Delpher:

‘Voor vier van de tien afstuderenden in 1990 geen baan’

Van onze onderwijsredactie

DEN HAAG – Een ambtelijke werkgroep heeft becijferd dat in het jaar 1990 veertig procent van de dan afstuderende academici geen baan zal kunnen vinden. Hoewel de regering deze cijfers met voorzichtigheid wil hanteren, vraagt zij wel de wettelijke bevoegdheid het aantal studenten mede op grond van de verwachte behoefte te beperken.

Staatssecretaris Klein heeft dit gisteren bekend gemaakt in een nadere toelichting op het wetsontwerp inzake de studentenstop. Het ontwerp verlengt de huidige machtigingswet tot 1978 en stelt bovendien algemene loting voor als middel tot selectie (meer nieuws over de loting op pag. 9.)

De regering wil in de tekst van de wet een bepaling opnemen die de regering niet alleen verplicht af te gaan op de adviezen van de academische raad en de onderwijsraad, maar ook de ontwikkeling op de arbeidsmarkt in haar overwegingen te betrekken. Het besluit om voor een bepaalde studierichting een studentenstop in te stellen moet dertig dagen tevoren bij de Staten Generaal worden aangekondigd.

Artsen

Volgens de memorie van antwoord [pdf] zou bij onbeperkte toelating het aantal artsen in het jaar 2000 tot 75.000 stijgen. Dat is één arts per tweehonderd inwoners.

In 1980 zouden duizend a tweeduizend biologen geen werk kunnen vinden. In 1990 zouden er vier- a tienduizend biologen werkloos zijn. Ook voor de studies Nederlands en Engels wordt een aanzienlijk overschot verwacht, wanneer de afgestudeerden alleen in het onderwijs terecht kunnen. Geografen zullen even moeilijk een baan vinden.

Niet honderd procent

Staatssecretaris Klein erkent dat dergelijke cijfers niet honderd procent betrouwbaar zijn. Het onderwijs verandert (studieverkorting, meer variatie in de studieprogramma’s van het hoger onderwijs), de maatschappij verandert, het aanbod van studenten wijzigt zich en ook het beleid van de regering heeft invloed op de ontwikkeling. Schattingsfouten zijn dus onvermijdelijk. Toch denkt de regering dat het mogelijk Is op ‘wetenschappelijk verantwoorde wijze’ te berekenen hoe de toekomstige behoefte eruit ziet. Die berekening moet dan Jaarlijks worden bijgesteld. Op grond daarvan kan dan voor dure, sterk beroepsgerichte opleidingen een studentenstop worden ingesteld. Het Is onmogelijk onbeperkt dure opleidingsmogelijkheden te geven aan studenten, die op grond van de behaalde academische graad later werk van een bepaald niveau kunnen opeisen. Volgens de regering zou de door haar gewenste groei van het hoger onderwijs onmogelijk zijn, indien al het geld besteed werd aan de zeer kostbare opleiding van werklozen.

Zie ook pagina 9 en het commentaar op pag. 5.



Ook in Trouw, 7 februari 1975 Delpher:

Klein blijft erbij: loten voor studie waarvoor stop geldt

Van onze onderwijsredactie

DEN HAAG – Staatssecretaris Klein (hoger onderwijs) houdt ondanks de kritiek van de Tweede Kamer vast aan zijn voorkeur voor algehele loting voor die studierichtingen waarvoor een studentenstop geldt.

Zijn eerste argument is dat het diploma van de middelbare school, ongeacht de examencijfers en de studieduur, voor alle bezitters dezelfde waarde moet hebben.

Selektie op examencijfers is volgens hem onrechtvaardig, omdat daarbij met gemiddelden gewerkt wordt die individuele verschillen tussen studenten uitschakelen. Het verschil in studiesucces tussen de groep met een hoog examengemiddelde en die met een laag gemiddelde is bovendien te gering om daaraan conclusies te verbinden. Als men zo graag naar voorspelbaar studiesucces wil kijken, dan zou men moeten beginnen eerst alleen jongens toe te laten, want het studiesucces van jongens is doorgaans groter dan dat van meisjes. Behalve naar eindexamencijfers en sexe zouden voorstanders van selectie volgens de staatssecretaris ook moeten kijken naar de schoolsoort. Het studierendement van studenten met een vooropleiding gymnasium-B is in de kandidaatsstudie medicijnen ongeveer 25 procent hoger dan voor studenten met HBS-B.

Gelijke kans

Voor staatssecretaris Klein zijn deze gegevens echter allemaal weinig terzake. Vandaar dat hij elke student een gelijke kans wil geven. Wanneer de Tweede Kamer echter blijft aandringen op een systeem van gewogen loting (de kans wordt groter naarmate de examencijfers hoger zijn), zal hij hiervan geen halszaak maken. Staatssecretaris Klein zegt dit in zijn memorie van antwoord [pdf] bij het wetsontwerp tot verlenging van de wet inzake de studentenstop. De bestaande regeling geldt nog één jaar (cursus 1975-76), het nieuwe ontwerp verlengt en wijzigt de wet voor de periode 1976-78. Dr. Klein gaat ervan uit dat daarna een verdere verlenging nodig is.

Ook de aanmelding en plaatsing van studenten zal wettelijk geregeld worden. In principe zullen studenten zich steeds voor 1 december van het voorafgaande jaar moeten aanmelden voor een nieuwe studie. Het bureau Aanmelding en Plaatsing zal dan ook de maatstaven bekend maken op grond waarvan iemand wel in de ene en niet in de andere stad geplaatst wordt. Ook voor het hoger beroepsonderwijs zal een centrale aanmelding wettelijk verplicht worden. Dit jaar wordt hier alvast een proef mee genomen. Nu een aantal sociale academies heeft geweigerd hieraan mee te doen, wil dr. Klein hun medewerking via de wet afdwingen.



Ook in De Telegraaf, 8 februari 1975 Delpher:

Goed eindexamencijfer niet meer van belang

Universiteit nu voor scholieren lot uit loterij

PROF. VREEKEN: “RAMPZALIGE NIVELLERING”

door Hugo de Vries

AMSTERDAM, vrijdag Alle middelbare scholieren die slagen voor hun eindexamen gymnasium en atheneum en die zich melden voor een studierichting met een studentenstop, moeten voortaan loten om een plaats op de universiteit.

Leerlingen met een gemiddelde van zeveneneenhalf en meer, blijven, zoals tot dusverre, niet langer buiten schot en lopen evenveel kans te worden uitgeloot als studenten met een lager gemiddeld cijfer

Met dit voorste] handhaaft de regering haar voorkeur voor algemene loting In plaata van de 7½-selectie.

“Wij verzoeken de volksvertegenwoordiging dringend, alle geslaagden de Gelijke Rechten te geven”, aldus staatssecretaris prof. dr. G. Klein van Onderwijs en Wetenschappen in een toelichting op het in brede kring fel omstreden “kansspel met jonge mensen.”

Hij pareert alle kritiek van de zijde van professoren en leraren, en voelt zich daarbij gesteund door de onderwijs-researchinstituten, die loting propageren “bij gebrek aan beter” en ais het minste van veel kwade.

Kwaad

“Het grootste kwaad, daar zijn voor- en tegenstanders van algemene loting het ever eens, is de nationale schande van de numerus fixus: de beperkte toelating van studenten tot elk jaar opnieuw aan te wijzen studierichtingen. In het lopende studiejaar gold de stop voor tien faculteiten.

Over enkele maanden beslist de regering over het aantal studentenstops in 1975-1976. De aanmelding tot dusver is ongeveer tien procent hoger dan vorig jaar om dezelfde tijd en belooft dus weinig goeds. Omdat de opnamecapaciteit van universiteiten en hogescholen nauwelijks toeneemt in de komende jaren kan het parlement moeilijk anders, dan de wet, welke de regering machtigt om de toelating te beperken, met een extra jaar te verlengen: tot 31 augustus 1978. Staatssecretaris Klein: “Ik vermoed dat het niet de laatste verlenging zal zijn.”

Rampzalig

  • [Hugo de Vries geeft hier het woord aan Prof. dr. J. Vreeken. Zijn opvatting kennen we wel, ik laat deze bagger hier achterwege. Sorry, maar hoogleraren die hun persoonlijke frustraties aan iedereen bekend willen maken onder de vlag van hun leeropdracht in totaal iets anders, ik heb er geen goed woord voor over. O ja, hij “veroordeelt ook de wijze waarop de Groningse psycholoog dr. W. K. . Hofstee de meningsvorming dacht te dienen met een enquête.” Hoogleraar Hofstee heeft een leeropdracht die wel direct relevant is, en doet de moeite empirische gegevens e verzamelen. Wat is dit voor flauwekul van die meneer Vreeken?

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s