Alle geslaagden zijn geschikt. Elias: denk ook aan de havisten. 1974

Afbeelding: Anneke Huisman & Johan Koppenol (1991). Daer compt de Lotery met trommels en trompetten! Loterijen in de Nederlanden tot 1726. Uitgeverij Verloren

de Lotery

Ton Elias: havist en numerus fixus

De Tijd 24 april 1974


Vooraf, bw

  • Aandacht voor de afstuderende havisten die niet alleen worden geconfronteerd met een hoger beroepsonderwijs waarbij de meeste opleidingen een numerus fixus hebben, maar waar bovendien een deel van de uitgelote vwo-ers onderdak probeert te krijgen.


Ton Elias (24 april 1974). Meevaller. De tijd: dagblad voor Nederland Delpher

Toen het er voor havo-kandidaten die verder zouden willen studeren, slecht begon uit te zien wat betreft hun kansen op een plaats bij diverse vervolgopleidingen, vormde zich het vorig jaar bij het Bonifatiuscollege in Utrecht een werkgroep van ouders om na te gaan hoe het er nu eigenlijk met de mogelijkheden voor havo-abituriënten voor stond. Aan de ouderverenigingen van andere scholen werden enquêteformulieren toegezonden, waarvan er 1479 – een respectabel aantal – ingevuld zijn teruggekomen. De gegevens van deze formulieren zijn thans samengevat in een verslag dat al met al uitwijst dat het met die plaatsing minder ongelukkig is gelopen dan gevreesd werd.

Van de 1479 leerlingen die gegevens instuurden, kwamen er 1083 ln een dagstudie terecht. Van de overige 396 geslaagden gingen er 36 in militaire dienst en 263 in een baan. Van deze laatste groep volgen er 159 nog een parttime opleiding. Van de groep die niet naar het dagonderwijs ging, waren op de datum van de enquête 97 leerlingen nog “vrij”; als redenen hiervoor gaf men op “weet het nog niet”, “afgewezen bij het gekozen hbo-instltuut” en “herexamen”.

Wie meer wil weten over dit onderzoek. kan voor het verslag ‘t best aankloppen bij de genoemde werkgroep (p.a. mevr. H. Breukel-Weesing, Henri Dunantplein 17, De Bilt). Ik signaleer hier speciaal de meevaller in het resultaat van genoemde enquête omdat we, naar ik denk, weer een tijd tegemoet gaan van veel sombere verwachtingen. De gevallen van degenen die geen plaats kunnen krijgen bij een begeerde studie, krijgen gemakkelijk meer aandacht dan de gevallen van degenen die wel geplaatst zijn. Zo kan de indruk ontstaan dat het met de toekomstmogelijkheden één doffe ellende is. Uit deze enquête blijkt dat het toch wel eens beter kan aflopen dan men dacht.

Concurrentie

Die bemoediging komt de havo-kandidaten wel toe, want het moet een gek idee zijn examen te gaan doen met het vooruitzicht dat je na geslaagd te zijn, stevig je kop kunt stoten. Wie weet hoe goed ze nog terecht komen; laten we de zilveren rand van de donkere wolk vooral niet uit het oog verliezen. Maar ik moet er wel bij zeggen dat ook het genoemde verslag voor dit jaar een moeilijker situatie verwacht. De havo-kandidaten kunnen bij het hoger beroepsonderwijs concurrentie verwachten van de vele vwo-ers die als gevolg van de beperkingen bij de toelating tot verscheidene universitaire studies zullen trachten uit te wijken naar het hbo.

Een artikel in het Brabantse onderwijsblad Omologie laat uitkomen dat de havo-lichting van 1973 nog erg geboft heeft omdat er in dat jaar maar een klein aantal “verlate” hbs-abituriënten en ook slechts een beperkt aantal nieuwe atheneum-abituriënten was. De havo-abituriënten stonden dus veel minder dan nu onder een zijwaartse druk van mede-gegadigden voor het hoger beroepsonderwijs. Dit jaar krijgen we een totaal andere “markt-situatie”, aldus Omologie.

Ook de vereniging OMO heeft, met behulp van de decanen op haar scholen, de plaatsing van 1973 geïnventariseerd. In dit geval gaat het over gegevens van 1159 examinandi die inlichtingen verschaften. Geplaatst bij de hbo-instelling die hun eerste keuze was: 752 leerlingen; niet geplaatst op eerste keuze 195. 93 havisten gingen door naar de vijfde klas van het atheneum en 24 naar de zesde klas; 121 gingen werken en 27 in militaire dienst. Ongunstige tot zeer ongunstige toelatingscljfers ziet men bij de katholieke leergangen, de academie voor lichamelijke opvoeding, de opleiding voor fysiotherapie, de politie-academie en het Nederlands Wetenschappelijk Instituut voor Toerisme. Met uitzondering van de hts, de heao (hoger economisch en administratief onderwas), de pedagogische academie en de secretaresseopleiding bleken alle hbo-opleidingen een numerus fixus te hanteren.

Het artikel in Omologie eindigt met de opmerking dat men meer zou dienen te weten van de eisen die de hbo-instellingen stellen en van hun hele toelatingsbeleid. Een hierop aansluitende vraag is die welke de Almelose rector H. Voogd ln een lezing op de Nationale Onderwijstentoonstelling heeft opgeworpen: een overweldigende belangstelling voor bepaalde, vooral de sociaal gerichte, opleidingen; dus een selectie via “allerlei” procedures, maar daarna het kardinale punt: waar moeten de afgewezenen eigenlijk blijven?

Warwinkel

Dat deze rubriek begonnen is met de moeilijkheden van de havo-mensen, is niet zonder reden. Het zit er namelijk in dat zij ook nog de doorschuiving op hun nek krijgen van vwo-mensen die niet terecht kunnen bij een universiteit of hogeschool. Studentenstops krijgen dikwijls zoveel belangstelling dat de problemen in andere onderwijssectoren erdoor weggedrukt dreigen te worden. Het lijkt me juister de moeilijkheden bij de overgang van havo naar hbo voorop te zetten (met de hoop, die ik nog steeds niet wil wegnemen, op het zilveren randje aan de donkere wolk).

Maar dit gezegd zijnde, moet ik het in de tweede plaats natuurlijk hebben over de geweldige warwinkel die voor de deur staat bij de overgang van het vwo (atheneum en gymnasium) naar het wetenschappelijk onderwijs. Men heeft de cijfers ln de krant kunnen lezen: van de 9993 adspirant-studenten die zich gemeld hebben voor elf studierichtingen, zullen er 4468 geen plaats kunnen vinden. Alle universiteiten hebben een numerus fixus aangevraagd voor acht studierichtingen; alle universiteiten op één (Groningen) na voor nog eens drie studierichtingen en tenminste de helft van de instellingen bovendien voor zes andere studierichtingen.

Met de term warwinkel bedoel ik echter nog iets meer: voor zeer weinigen is het hoe en waarom van die beperkingen nog te overzien. Tot op het laatste moment houd je ook Insiders die zeggen dat het eigenlijk niet zo’n vaart hoeft te lopen, waartegen andere insiders dan weer verontwaardigd stelling nemen.

Niet nodig?

Zo was er kortgeleden in het radioprogramma Vrijspraak een verklaring van prof. Van Maarseveen, decaan van de sociale faculteit in Rotterdam, die niet alleen zei dat er bij deze faculteit nog heel wat plaats was, maar die ook betoogde dat In het algemeen beperkingen niet nodig zouden zijn. Ook niet bij de medische faculteiten ? Dat zou je eens door een commissie van buitenstaanders moeten laten uitzoeken, aldus Van Maarseveen. Voor zover ik mij herinner heeft de ene commissie na de andere al uitgerekend dat de medische faculteiten met hun capaciteit inderdaad tegen het plafond zitten, maar zoals men ziet, wordt daaraan nog steeds getwijfeld.

Bij verscheidene instellingen heeft het in de vergadercolleges ook gerommed toen er stops werden aangevraagd. Op menige plaats zie je bovendien de slinger dan de ene kant uitgaan en dan weer een andere. De hierbij afgedrukte tekening is ontleend aan het Wageningse blad Belhamel van twee jaar geleden toen er al druk gepraat werd over een numerus. En hoe is de toestand nu? Openingskop in de LH-berichten van 20 maart: “Studentenaantal LH stijgt minder snel dan verwacht werd”; opening in hetzelfde blad van 3 april: “Wij verwachten snel te blijven doorgroeien”. Gooi het maar in m’n pet, zeg je dan.

Maar met al deze voorbeelden van onduidelijkheden en tegenstrijdigheden blijft er voor degenen die nu examen doen aan een school van, let wel, voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, het vooruitzicht dat zij op een heel stel plaatsen in het wetenschappelijk onderwijs slechts in beperkte aantallen terecht zullen kunnen. Doorschuiven dus naar het hoger beroepsonderwijs? Maar dat was toch niet de bedoeling en bovendien wordt dat – zie hiervoor – erg benarrend voor de mensen van de havo.

En verder….

… moet de Academische Raad komende zaterdag het advies over de stops vaststellen dat zal worden voorgelegd aan de minister van o. en w. Een leuke taak als je er zelf het minst schuldig aan bent dat die hele toestand zo gegroeid is.

Wie er dan wel schuldig aan is? Ik denk het politieke bedrijf (ministers en parlementariërs) dat de groeiende belangstelling voor hogere vormen van onderwijs al jaren niet heeft aangedurfd en/of -gekund. De Tilburgse hoogleraar P. Willems heeft kortgeleden in een open brief aan Van Kemenade de vraag aan de orde gesteld waar we in vredesnaam naar toe moeten met alle psychologen die thans in opleiding zijn en die er nog bij zullen komen. “Is U van plan, zoals sommigen van uw voorgangers, Gods water over Gods land te laten lopen en te wachten tot de wal het schip keert?” vraagt Willems aan de minister.

Als Van Kemenade en Klein graag een duidelijk beleid willen voeren, dan vinden zij hier HET onderwerp van de dag.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s