Alle geslaagden zijn geschikt. Prof. Vreeken: dit is biologische nivellering. 1974

Afbeelding: Anneke Huisman & Johan Koppenol (1991). Daer compt de Lotery met trommels en trompetten! Loterijen in de Nederlanden tot 1726. Uitgeverij Verloren

de Lotery

Prof. Vreeken: het is biologische nivellering.

Elsevier mei 1974

  • Vreeken levert bepaald geen bijdrage aan de inhoudelijke discussie, maar drukt waarschijnlijk wel prima het gevoelen uit van veel hoogleraren in geneeskundige faculteiten. Daarom hecht ik wel aan dit artikel, omdat het ook laat zien hoe hoogleraren er niet voor terugdeinzen om volop drogredenen te gebruiken en bewindspersonen de les te lezen en belachelijk te maken.Misschien is het goed om bij het lezen van dit interview met een echte professor in gedachten te houden dat universiteiten en hun faculteiten zich intensief hebben bezonnen op de problemen rond de numerus fixus, en via de Academische Raad de staatssecretaris daarover van advies hebben gediend. Het is dus niet zo dat Vreeken zich terecht kan beklagen over gebrek aan inspraak. Afijn, lees en geniet van deze ode op de bolleboos. O ja, bollebozen vind je natuurlijk niet in het kabinet, die hebben wel betere dingen te doen. Toch? Een journalist mag je woorden wel eens anders opschrijven dan ze uit je mond kwamen, maar daar lijkt me in dit gevalletje-smaad geen sprake van.
  • Op dezelfde deun een ingezonden brief in het Het Parool 17 april 1974. Vreeken heeft de tussenliggende tijd niet benut om zijn inzichten iets subtielerte formuleren. Ik geef hier niet de transcriptie, zie daarvoor Delpher


Annemarie Gelderblom (4 mei 1974). “Biologische nivellering betekent verlaging studieniveau” Prof. dr. J. Vreeken contra numerus fixus. Elsevier

Aan een eindexamenkandidaat van het atheneum vragen: wat ga je studeren? Anno 1974 lijkt het niet meer opportuun. Bijna de helft van de 9995 eerstejaars die zich hebben aangemeld voor in totaal elf studierichtingen zullen geen plaats kunnen vinden aan de Nederlandse universiteiten. Reden voor grenzeloze knorrigheid bij de ouders. Immers: het lot zal voor een groot deel bepalen of zoon of dochterlief een plaatsje in de collegebank krijgt. Staatssecretaris Klein (onderwijs) wil deze eerstejaarsselectie via een notaris uitvoeren. Het lot als selectiesysteem in een welvaartsland dat knappe mensen nodig heeft lijkt absurd. Begaafdheid, inzet en ambitie zijn factoren die bij de loting buitenspel staan. Het is nivellering in biologisch opzicht. Professor Vreeken, hoogleraar interne geneeskunde aan de universiteit van Amsterdam stelt zich op als tegenstander van PvdA-er Klein: “Mao loot ook niet wanneer een ping-pong-team samengesteld moet worden. Zelfs daar kiest men voor de besten.”

Het was in de hete zomer van 1972 dat de crisis aan de Nederlandse universiteiten zich scherp aftekende. De toeloop van het aantal studenten overtrof in ruime mate de opleidingscapaciteit van studierichtingen als medicijnen, biologie en farmacie. Een aantal factoren lag daaraan ten grondslag. In de eerste plaats de gebrekkige planning. De overheid had wel voorzien dat mede dank zij de democratisering van het onderwijs het aantal studenten ieder jaar fors zou stijgen, maar dat de toeloop zo massaal zou zijn had men niet durven vrezen (hopen).

Geldgebrek. De onderwijsbegroting slurpt meer miljoenen uit de schatkist dan welk ander ministerie ook en de onderwijsbewindslieden van de laatste drie kabinetten (Diepenhorst, Veringa, De Brauw) moesten constateren dat hun budget ontoereikend was om het wetenschappelijk onderwijs een maximale toelage te verstrekken. Bezuinigingsminister De Brauw moest als eerste een studentenstop aankondigen voor reeds volledig bezette faculteiten. Wie op zijn eindlijst van de middelbare school gemiddeld zeveneneenhalf had werd alsnog toegelaten; wie minder hard gewerkt had of minder begaafd was moest loten. Voor de medicijntudie werden in 1973 ruim zeshonderd studenten uitgeloot.

Een klap in het gezicht van zeshonderd jonge mannen en vrouwen die zichzelf reeds binnen afzienbare termijn in de witte jas zagen opereren, van vaders die zich voor de toekomstige studie van hun kind krom hadden gewerkt, van decanen wier spreekuur werd bezet door teleurgestelde studenten in spe.

In alle lagen van de bevolking werden levensgrote vraagtekens geplaatst achter “de loterij van de toekomst.” Men vroeg zich af of loting wel zo’n geschikte selectieprocedure was. Door sommige ouders werd (met succes) een kort geding tegen de overheid aangespannen om mee te mogen loten. De organisatie van de loterij bleek niet foutloos te verlopen. Een groot deel van de jongeren dat met de machteloze eindexamenlijst in de hand aan de poorten van de universiteiten stond koos een andere studierichting.

Vanuit de studentenwereld werd het overheidsbeleid fel geattaqueerd. Men stelde dat door de nieuwe generatie academici nu de tol betaald moest worden voor acht jaar “doelbewuste onderinvestering in het wetenschappelijk onderwijs”. Ook een links kabinet heeft, tot ongenoegen van de studentenverenigingen, het teleurstellende beeld niet kunnen wijzigen. “Numerus fixus” heet het academische spook van de jaren zeventig, ook al worden optimistische voorspellingen gedaan over een teruglopen van het studentenaanbod binnen enkele jaren.

De academische raad, adviesorgaan voor de minister, koos vorig jaar voor een selectieprocedure waarbij zo goed als alle plaatsen door loting verdeeld werden. Dit om de schijn te vermijden dat een uitgekiende selectieprocedure het verschijnsel selectie goed zou kunnen praten. Slechts een heel gering gedeelte (3 pct.) van de plaatsen zou gereserveerd moeten worden voor buitenlandse studenten, opvallende bollebozen en duidelijke gevallen waarbij niet-toelating grote problemen zou betekenen.

Het daarop volgend plan van staatssecretaris Klein om als selectiemethode loting via een notaris in te voeren, gaat volgens prof. dr. J. Vreeken, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, te ver. Volgens hem staat de staatssecretaris hiermee de ontplooiing van het individu in de weg. “Mensen, die iets willen studeren, bij voorbeeld medicijnen, werken tijdens de middelbare schoolopleiding erg hard om een gemiddelde van zevenenhalf [sic] te halen. Dan worden ze toegelaten op de universiteit. Valt deze eis weg, dan is het nergens voor nodig je in te spannen. Je hebt immers net zo veel kans als diegenen die hard werken.

Prof. Vreeken vermoedt wel de reden van het eventuele invoeren van de loting: “De heer Klein redeneert vanuit het billijkheidsprincipe. Wat betreft de gelijke waarde van de mens, ben ik het hier wel mee eens. Het is echter volstrekt onjuist, dat alle menselijke wezens gelijk zijn. Iedereen heeft zijn eigen mogelijkheden. De ontplooiing daarvan wordt beperkt, wanneer je iedereen in dat opzicht gelijk gaat stellen. De een is voor een bepaalde studie nu eenmaal geschikter dan de ander. Deze “nivellering in biologisch opzicht” vindt dr. Vreeken “lariekoek”: “Mao loot ook niet, wanneer er een pingpong-team samengesteld moet worden. Zelfs in die maatschappij wordt gekozen voor de besten.”

Als grootste nadelen van het lotings-systeem noemt hij het verspillen van intellect en geld. “De hoeveelheid geld, die ter beschikking wordt gesteld voor studerenden, wordt eerder kleiner dan groter. Als het dan ook nog gegeven wordt aan mensen die door toeval in een skudie verzeild zijn geraakt, is dat onrechtvaardig. Het geld komt zo niet de beste studenten ten goede.” Hij vreest dat door loting het niveau van de studie omlaag gaat. “Bovendien komt de arme man er op deze manier helemaal niet meer tussen. Iemand die rijk is, kan altijd nog naar het buitenland om te studeren, maar de minderbedeelde kan nergens heen. Het vreemde is dat deze selectie alleen bij de studie ingesteld wordt. In het bedrijfsleven zoekt men ook de beste krachten uit, maar bij de investering in intellect laat men de geluksfactor een rol spelen.” Prof. Vreeken wil niet stellen dat alleen mensen met hoge punten bij voorbeeld goede artsen zullen worden: “De persoonlijke inzet is natuurlijk ook erg belangrijk. Ook mensen met zessen kunnen in dit vak uitstekend zijn. Maar zij willen het dan erg graag. Op de middelbare school zetten ze zich er al voor in om verder te kunnen studeren. Loting maakt dan aan dit doorzettingsvermogen een einde.”

Hij weet dat selecteren moeilijk is. “Ik heb er helemaal geen bezwaar tegen dat staatssecretaris Klein het ook moeilijk vindt. Loting is echter de laatste oplossing, die hij voor mag stellen. Ik besef wel dat er geen honderd procent goede keuze mogelijk is. Een benadering van tachtig tot negentig procent vind ik al mooi. Als alternatief stelt hij dat alle studenten toegelaten zullen worden. “Na een jaar leggen wij die studenten een tentamen voor, waarbij de slechten af zullen vallen. Als Klein het niet kan, dan doen we het zelf wel. Een dergelijk systeem kost echter handenvol geld. We hebben er veel mensen voor nodig die we nu niet hebben.” Andere mogelijkheden noemt hij een vergelijkend examen voor alle kandidaten of een examen, dat speciaal voor een studie belangrijke zaken betreft. Alles vindt hij beter dan dat de goede mensen kans hebben weggeloot te worden.

“We hebben toch al zo weinig begaafde mensen. Dat zie je ook in het kabinet. De echt goede mensen geven hun werk en positie niet op om voor drie of vier jaar een regeringsfunctie te aanvaarden. Die mensen zitten elders in de maatschappij. De minder goede bezetten de leidinggevende banen in de regering.” Als argument tegen de loting noemt prof. Vreeken nog het feit dat geen enkel ander Europees land aan deze vorm van selectie doet. “Duitsland werkt met cijferlijsten; in België – zoals Leuven – past men het systeem toe van iedereen toelaten, waarna door tentamens mensen afvallen; Engeland laat zelfs op de cijferbasis te weinig mensen toe. Het Nederlandse standpunt inzake de studieselectie is in dit ver doorgevoerde gelijkheidsprincipe naar mijn mening halfzacht.”

Het systeem-Leuven vindt hij een van de aantrekkelijkste: “Het eerste jaar heb je dan veel studenten, bij voorbeeld achthonderd. Na de eerste tentamens valt er een aantal af. Die weten dan meteen waar ze aan toe zijn. Als die testen na een half jaar komen, kunnen ze nog een andere richting in. Ze hoeven niet voor de medische studie verloren te zijn, er zijn nog tal van para-medische studies, waar ze misschien erg goed in zouden slagen.” Bij dit selectiesysteem zou de numerus fixus afgeschaft kunnen worden. “Loting echter maakt een einde aan investering in goede mensen, aan Den Uyl en aan het socialisme.”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s