Bijdrage aan advies dat de Onderwijsraad voorbereidt over differentiatie

Aan de Onderwijsraad differentiatie@onderwijsraad.nl

Bijdrage advies differentiatie.

Ben Wilbrink, 29 oktober 2020

Ik wil graag mijn bijdrage leveren, maar zit wel een beetje met de handen in het haar over de omvang van de vraagstelling.  Het wordt linksom of rechtsom een uitvoerig stuk, of moet ik zeggen een uitvoerige publicatielijst, die ik gelijktijdig als blog publiceer.  Afijn, ik begin maar eens.  

Over toegankelijkheid van het onderwijs heeft de Raad zich al eens eerder gebogen, aan de hand van een bundel bijdragen geredigeerd  door Marian van Dijck-Lovink, 1997. Die bundel is helaas niet online beschikbaar (waarom eigenlijk niet?), maar het samenvattende hoofdstuk dat ik zelf mocht schrijven wel. Het heet ‘terugblik’ omdat het een samenvatting van de 10 bijdragen in de bundel is, een samenvatting langs de lijn van eerlijke kansen op diverse beslismomenten in onderwijsloopbanen, met uitzondering van de toegang tot het hoger onderwijs: 

Ben Wilbrink (1997). Terugblik op toegankelijkheid: Meritocratie in perspectief. Gepubliceerd als hoofdstuk 11 in Van Dyck, M. (Red.) (1997). Toegankelijkheid van het Nederlandse onderwijs. Studies (p. 341-384). Den Haag: Onderwijsraad. ISBN 90 346 3436 1  http://benwilbrink.nl/publicaties/97MeritocratieORaad.htm

De conclusie was dat we wel kunnen denken dat we ons onderwijs eerlijk hebben georganiseerd, maar bij nadere beschouwing blijkt zelfs het omstreden ideaal van kansen waarbij afkomst geen rol speelt, meritocratie, nog lang niet gehaald: er ligt een waslijst aan verbeterpunten op tafel.  

Nu weet u natuurlijk ook wel dat het idee van een meritocratie zijn oorsprong vindt in de gelijknamige dystopie uit 1958 van Michael Young: een meritocratie op basis van als erfelijk veronderstelde verschillen in intelligentie die uiteindelijk resulteert in een kloof tussen een bovenliggende en een onderliggende maatschappelijke klasse, met de onvermijdelijke revolutie die daaruit volgde in, ik meen, 2032.  Al tamelijk dichtbij, maar in de VS zijn de voorboden ervan al te zien.  

Over voorboden gesproken: Michael Sandel schreef er een indringend boek over verschenen in september 2020: The tyranny of meritocracy.  Zie mijn blog erover.  

Ben Wilbrink (7 oktober 2020). Annotaties bij Sandel (2020) ‘The tyranny of meritocracy’ https://benwilbrink.wordpress.com/2020/10/07/annotaties-bij-sandel-2020-the-tyranny-of-meritocracy/

De Raad sprak zich in 1997 uitdrukkelijk niet uit over de toelating tot het hoger onderwijs: in dat jaar boog de Commissie-Drenth zich over de toelating tot numerus-fixusstudies en publiceerde daar een uitvoerige advies over.  Voor deze commissie mocht ik een overzicht van de maatschappelijke discussie over deze toelating schrijven, dat als afzonderlijke bijlage 3 verscheen, met een samenvatting in het hoofdrapport.  Dit overzicht is nog steeds actueel in verband met de decentrale selectie die sinds het verbod op gewogen loting overal op meest amateuristische wijze georganiseerd wordt (zie ook Drenth 2013?).  Sterker: Michael Sandel (2020) heeft een hoofdstuk  gewijd aan de krankzinnig uit de hand gelopen selectie voor top-universiteiten in de VS, en ziet vormen van loting als een mogelijkheid om de menselijke maat weer terug te veroveren.  In Nederland heeft onderwijsminister Jet Bussemaker de gewogen loting, in 1975 een kamerbreed ondersteund compromis om de nood bij toelating tot numerus-fixusstudies eerlijk te verdelen, vervangen door decentrale selectie die decentraal door de plaatselijke selectie-amateurs uitgevoerd mag worden.  O ja, enige vorm van loting was meteen verboden, Jet Bussemaker kun je om een boodschap sturen! Alle gekkigheid terzijde, begin 2020 is met een motie-Paternotte de mogelijkheid om ook loting te gebruiken weer in zicht.  Terzijde: in de 60-er jaren was loting bepaald niet ongebruikelijk bij de toelating tot hoger beroepsonderwijs.

Commissie-Drenth (1997). Gewogen loting gewogen. Advies van de Commissie Toelating Numerus Fixusopleidingen. https://t.co/KJrv5nNz2W  

Ben Wilbrink (1997).  Opsomming van de discussie over toelating bij numerus fixus-studies. http://benwilbrink.nl/publicaties/97OpsommingDrenth.htm

Pieter Drenth (16 september 2013): Loting in geneeskunde. KNAW themaconferentie http://pieterdrenth.wordpress.com/2013/09/23/loting-in-de-geneeskunde/#more-57 “Mijn conclusie is derhalve: zolang er in Nederland een numerus fixus bij geneeskundige studies bestaat lijkt mij een vorm van gewogen loting het meest doelmatige, faire en wetenschappelijk verantwoorde systeem van selectie van studenten voor deze studies.”

De toelating tot hoger onderwijs begint met het goed afronden van een examen algemeen vormend of meiddelbaar beroepsonderwijs.  Ik wil dat in deze bijdrage meenemen omdat we in Nederland er wat al te vlot van uitgaan dat examens er helemaal bij horen.  Want dat is natuurlijk niet zo: er zijn landen die het zonder doen, ook zonder overal drempels voor het hoger onderwijs op te werpen. We hebben dus keuzemogelijkheden.  Allereerst: waarom vinden we het nog steeds normaal dat kandidaten voor een eindexamen kunnen zakken?  https://twitter.com/benwilbrink/status/1320760993333522433 Welke informatie voegt dat toe?  Een cijferlijst is op zich toch voldoende?  

Oh, en wat is het verschil tussen een eindexamencijferlijst en een laatste-jaar-cijferlijst? 

Wie denkt dat onze lieve heer de Aarde heeft geschapen inclusief eindexamens: dat is niet zo 😉  Veel  landen doen het zonder eindexamens, ook zonder dat het hoger onderwijs voor iedereen toelatingsexamens houdt.  Dat gaat prima (Jaap Dronkers dacht: nou, toch een onsje minder, bij een vergelijking van diverse Europese landen). Ofwel: laten we in vredesnaam wat meer ontspannen omgaan met die eindexamens.  Het gaat niet om bewaking van de poort naar de Hemel, een hemel die alleen is voorbehouden aan een selecte groep uitverkorenen.  Het CvTE denkt dat zij de maat van alle examen-dingen is: bedenker, uitvoerder en bewaker van de regels.  Laten we eens ophouden met dit examenextremisme, en richting ceremoniële eindexamens gaan.  Een beetje naar het model van de academische promotie, louter ceremoniëel. 

Ben Wilbrink (15 juni 2019). Geef het eindexamen een ceremonieel karakter. De Telegraaf. [Tegenover de stelling van Arjan van der Meij: Lat nu voor iedereen op dezelfde hoogte] https://www.telegraaf.nl/watuzegt/641511281/geef-eindexamen-een-ceremonieel-karakter € (alleen tekst: https://twitter.com/benwilbrink/status/1255155277101322244

Er is nog een overgang die voortdurend discussie oproept: van basis- naar voortgezet onderwijs. Het zijn boven de leerling gestelden die de onderwijskansen bepalen: de basisschool (advies) en de eindtoets (Cito/CvTE of andere aanbieders). In 

‘Doorgeschoten differentiatie in het onderwijsstelsel’ https://www.onderwijsraad.nl/binaries/onderwijsraad/documenten/adviezen/2019/02/22/doorgeschoten-differentiatie-onderwijs/Stand-van-educatief-Nederland-2019.pdf schrijft de Raad ‘Objectieve eindtoetsing helpt ongelijke kansen tegen te gaan’, onder verwijzing naar Van de Werfhorst, Elffers & Karsten, 2015.  Met alle respect voor de Raad en de genoemde onderzoekers, maar dit is puur ideologie.  Ik heb dat uitvoerig toegelicht in de volgende twee blogs.

Ben Wilbrink (7 oktober 2019). Jubileumboek 50 jaar Cito – Mantel der liefde https://benwilbrink.wordpress.com/2019/10/07/jubileumboek-50-jaar-cito-mantel-der-liefde/

Ben Wilbrink (24 september 2020). Kunnen eindtoetsen (voorheen de ‘citotoets’) valide zijn? https://benwilbrink.wordpress.com/2020/09/24/kunnen-eindtoetsen-voorheen-de-citotoets-valide-zijn/

In de laatste blog is nadrukkelijk ook aan de orde dat het extreem gedifferentieerde onderwijsstelsel de 12-jarigen discrimeert. Voor een discriminerend onderwijsstelsel kan een selecterende eindtoets natuurlijk nooit ook maar enige validiteit hebben.  Hetzelfde geldt voor het avies van de basisschool, uiteraard.  Moet ik hier nog bij vermelden dat de eis van validiteit absoluut essentieel is, ik hoop van niet toch?  Dit is geen dingetje van psychologen: de Amerikaans ‘Standards’ zijn leidend, in samenwerking tussen organisaties van psychologen en betrokkenen bij onderwijs. 

AERA, APA & NCME (2014). The Standards for Educational and Psychological Testing. https://www.apa.org/science/programs/testing/standards.

Voor een grappige aanval op de extreme claim van ‘objectiviteit’ zie een paper uit de oudheid (1977), een congrespresentatie waar ik de vrijwel volledige staf van het Cito tegenover mij vond.  Het Cito kon er toch niet omheen dat keuzevragen even subjectief zijn als open vragen.  In de VS zeggen ze dat er bij keuzevragen sprake is van ‘frozen subjectivity’, en zo is het.  Hoe raakt die huidige examens? Wel vol in de roos: de correctievoorschriften (CVs) van het CvTE hebben tot doel de examens objectief te maken.  Hel en verdoemenis voor de docent die van een CV afwijkt, volgens de voorzitter staat er gevangenisstraf op want die CVs zouden ‘algemeen verbindende voorschriften’ zijn.  Oké, dat leidt tot heel veel gedoe achteraf wanneer in het CV niet voorziene antwoorden toch goed blijken.  Een bekende beroepszaak is, na een omweg via de Hoge Raad, nog steeds onder de rechter, nu bij het Hof Den Bosch.  Zie mijn blog Examenonrecht. 

Ben Wilbrink (1977). Verborgen vooroordeel tegen andere dan meerkeuzevraagvormen http://benwilbrink.nl/publicaties/77KeuzevragenORD.htm

Ben Wilbrink (20 september 2017). Examenonrecht ‘en effet’. https://benwilbrink.wordpress.com/2017/09/20/examenonrecht-en-effet/

De ernstige problemen bij de overgang van basis-naar voortgezet onderwijs liggen natuurlijk niet alleen aan het veel te gedifferentieerde voortgezet onderwijs: al in het basisonderwijs wordt er voortdurend voorgesorteerd op de selectie in groep 8.  Ons basisonderwijs is meer een sorteermachine dan onderwijs, denk ik wel eens.  Wat is eerlijk onderwijs dan?  Een vraag die veel lastiger is te beantwoorden dan de simpele vraag of leerlingen met gelijke capaciteiten wel gelijke kansen krijgen.  Die laatste opvatting, terug te vinden bij onder andere de Inspectie, bevestigt juist onderwijs dat leerlingen behandelt naar wat ze van huis uit al hebben meegekregen. Zie ook Michael Sandel (2020) over het begrip ‘equal opportunity’ in de VS.  Vandaar de volgende blogs, die de thematiek uitdiepen:  

Ben Wilbrink (2017). Op weg naar eerlijk onderwijs. Van Twaalf tot Achttien. https://www.van12tot18.nl/op-weg-naar-eerlijk-onderwijs

Ben Wilbrink (23 augustus 2018). Fair schooling — take-off. https://benwilbrink.wordpress.com/2018/08/23/fair-schooling-take-off/

Ben Wilbrink (2018). Een draadje over eerlijk onderwijs. https://benwilbrink.wordpress.com/2019/01/11/een-draadje-over-eerlijk-onderwijs/

Ben Wilbrink (september 2018). Benjamin S. Bloom, human characteristics, and school learning. https://benwilbrink.wordpress.com/2018/09/28/benjamin-s-bloom-human-characteristics-and-school-learning/

Ben Wilbrink (maart 2020). ‘Intelligentie’ in historisch perspectief. Van Twaalf tot Achttien. https://www.van12tot18.nl/intelligentie-in-historisch-perspectief

Ben Wilbrink (februari 2020). Intelligence and education: inventory of publications on their history. https://benwilbrink.wordpress.com/2020/02/23/intelligence-and-education-inventory-of-publications-on-their-history/

Ben Wilbrink (januari 2019). My blank slate; Twitter thread. https://benwilbrink.wordpress.com/2019/01/13/my-blank-slate-twitter-thread/

Ben ik nu een beetje klaar met het dumpen van blogs en artikelen?  Het probleem is een beetje dat de ideologie in het onderwijsveld over verschillen tussen leerlingen en hoe daarmee om te gaan nauw verknoopt is met de opkomst van de psychologie van persoonlijke verschillen, vooral die van verschillen in intelligentie, sinds eind 19e eeuw (Galton).  De geschiedenis van intelligentie en -tests is bepaald niet iets waarvoor psychologen zich trots op de borst kunnen kloppen.  En nog steeds zitten we met de erfenis van een belast verleden on onze maag, niet alleen in de vorm van psychologische claims over erfelijk bepaald zijn van verschillen in intelligentie, maar ook in de vorm van onderwijsopvattingen over omgaan met verschillen, met ‘talenten’, die teruggaan op de 19e eeuw, een standensamenleving.  De structuur van ons voortgezet onderwijs gaat terug op die standensamenleving, daar valt geen ontkennen aan. 

Mijn eerste reactie op de vraag van de Raad was al weer bijna twee maanden geleden: kantel het belonen van verschillen.  Investeer niet vooral in gymnasiasten, die komen er toch wel, maar investeer allereerst in de leerlingen die daar het meest profijt van trekken omdat zij van huis uit weinig hebben meegekregen.  Het is eigenlijk hetzelfde als triage voor een behandeling in het ziekenhuis: laat niet de meest gezonde patiënten voorgaan, maar de patiënten voor wie snel ingrijpen levensreddend is.  Gek eigenlijk dat we in ons onderwijs ertoe neigen om het omgekeerde te doen, en dat niet goed in de gaten hebben.

De Raad vroeg om meedenken over verschillen in het onderwijs, welnu, zie hierboven mijn inbreng.

One thought on “Bijdrage aan advies dat de Onderwijsraad voorbereidt over differentiatie

  1. Ik zie Bens analyse weerspiegeld in het lot van de kinderen van buitenlandse ouders die ik hielp in onze huiswerkondersteuning. Dat ligt helaas stil omdat mijn vrijwilligers op een uitzondering na boven de 70 zijn.
    Maar ik zie het ook in mijn eigen levensgeschiedenis. Maar daar mag ik geen wetenschappelijk bewijs aan ontlenen.

    Like

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s