Op weg naar eerlijk onderwijs.

Kansen bieden, niet wegnemen.

herblogd van de tekst op het vrij toegankelijke http://www.van12tot18.nl/op-weg-naar-eerlijk-onderwijs op de website van VanTwaalfTotAchttien, met dank aan Renske Valk.

 

Inspectie en vele anderen gaan uit van het idee van gelijke kansen bij gelijk talent of gelijke score op een eindtoets basisonderwijs. Een probleem is dat dit stilzwijgend veronderstelt dat talenten vastliggen, dus erfelijk bepaald zijn, en dat onderwijs daar weinig aan kan doen. Dat is in strijd met de feiten: talenten zijn tenminste deels door de omgeving bepaald. Het is daarom beter over eerlijke kansen te spreken, en over eerlijk onderwijs dat in beginsel voor iedereen gelijk is ongeacht van huis uit meegebrachte talenten.

Het debat over gelijke kansen zoals dat in de persmedia is te vinden gaat vaak over het advies van de basisschool en de eindtoets basisonderwijs, maar dat zijn gelijke kansen op de vierkante millimeter. Ik geef een voorbeeld van waar we ons wel echt grote zorgen over moeten maken. Het basisonderwijs stuurt een te grote groep leerlingen als functioneel analfabeet naar het vmbo. Hebben die leerlingen eerlijke kansen gehad? Nee, want vrijwel iedereen kan goed leren lezen, schrijven en rekenen, ongeacht verschillen in talenten, zie bijvoorbeeld publicaties van Anna Bosman (www.annabosman.eu). Onderwijs dat hier niet in slaagt, veroordeelt leerlingen tot soms een bestaan in de marges van de samenleving. Wie geen bijsluiter kan lezen loopt gezondheidsrisico’s en heeft een kortere levensverwachting.

Talenten, intelligentie en de intelligentie-industrie

In de zeer ongelijke klassenmaatschappij van de 19e eeuw zag de intellectuele bovenlaag (met de neven Galton en Darwin als wel heel bijzondere penvoerders) de massa in de onderlaag nauwelijks als mensen, en als evident dom geboren. Vandaar dat beide mannen hun naam verbonden aan de eugenetica, en niet aan een strijd tegen armoede en voor onderwijs. het was geen gangbare gedachte dat armoede talentontwikkeling wel eens zou kunnen belemmeren..

Mijn vakgebied, de psychologie, heeft een kwalijke rol gespeeld in het verspreiden en uitbuiten (testindustrie) van vooral eind 19e-eeuws gedachtegoed over intelligentie als een vaststaand, erfelijk bepaald kenmerk. Piet Vroon schreef er een scherpe aanklacht over in zijn boek Intelligentie (p. 172).

Het testen op intelligentie is ooit begonnen met een best wel zinvolle test van Alfred Binet, bedoeld om zwakbegaafde kinderen eerder te kunnen signaleren dan leraren dat kunnen, om deze kinderen dan veel eerder het speciaal onderwijs te kunnen geven dat zij nodig hebben. Die test trok brede belangstelling, en binnen de kortste keren beseften psychologen in de VS dat intelligentietests een goudmijn waren. Koppel dat aan het idee destijds (nog steeds, trouwens) dat intelligentie een min of meer stabiel erfelijk kenmerk van leerlingen is, en daar hebben we de atoombom van de psychologie: dat testen heeft een enorme impact op de samenleving. Zie Borsboom en Wijsen: Psychology’s atomic bomb (goo.gl/cZUTdg).

De testpsychologie dient allereerst de belangen van opdrachtgevers — lees: de maatschappelijke bovenlaag, instellingen — niet die van leerlingen en hun ouders. En dat is zorgelijk, gezien het grote aantal gestandaardiseerde toetsen in het onderwijs. Vaak, zoals leerlingvolgsystemen en de eindtoetsen basisonderwijs, zijn dat tests op verschillen in intelligentie onder het mom van prestatietoetsen. In Engelstalige landen is daar gewoon een naam voor: het zijn aptitude tests. Naar de mate waarin verschillen in intelligentie milieu-bepaald zijn, is dat oneerlijk; de school emancipeert leerlingen dan niet, maar bevestigt maatschappelijke verschillen.

Psychologen schermden bovendien met ‘cultuurvrije’ IQ-tests, die dus beloofden aangeboren intelligentie te testen — aangeboren, want anders zou dat ‘cultuurvrij’ immers nergens op slaan. Het zijn tests met abstracte figuren, zoals de Raven Matrices, in de vorige eeuw bij de keuring voor de militaire dienst afgenomen. Juist de ‘cultuurvrije’ tests bleken in de loop van de eeuw steeds beter te worden gemaakt, en niet zo’n klein beetje ook: het Flynn-effect. Dat bewijst nog maar eens dat intelligentie zoals dat in onze samenleving van belang is, een zaak van cultuur is. Ieder jaar onderwijs maakt ook intelligenter. Zoals omgekeerd een lange zomervakantie zonder intellectuele stimulering kinderen op achterstand brengt ten opzichte van anderen.

Van Dale: talent is een natuurlijk begaafdheid

Klaas Doornbos onderzocht in Geboortemaand en schoolsucces van 1971 hoe het klassikale systeem ‘jonge’ leerlingen (septemberleerlingen) benadeelt ten opzichte van ‘oude’ leerlingen. Althans, hij zag dat klassikale als de oorzaak, maar is dat noodzakelijk zo? Al in zijn Opstaan tegen het zittenblijven pleitte Doornbos ervoor het onderwijs te individualiseren, aan te laten sluiten op de talenten van de leerlingen. Hij vroeg zich niet af of talenten juist in en door de omgeving zijn gevormd, in tegenstelling tot het dagelijks taalgebruik waarin talenten aangeboren vermogens zijn.

Vandaag weten we dat talent en intelligentie het resultaat zijn van mogelijkheden die jouw omgeving heeft geboden: familie, sociaal-economische situatie, onderwijs. Om dan onderwijs aan te passen aan de talenten van de binnenkomende leerlingen maakt onderwijs bijna per definitie tot een institutie die bestaande maatschappelijke ongelijkheid bevestigt. Van Heek (Verborgen talent) en Doornbos konden zich niet bevrijden van deze misvatting, onze Inspectie evenmin. Ook het pseudo-ideaal van meritocratie (de schokkende gelijknamige dystopie van Michael Young) berust op dat idee van erfelijk bepaalde talenten. De 19e eeuw heeft ons opgescheept met ideeën over talenten die een solidaire samenleving in de weg staan.

Eerlijk omgaan met verschillen, hoe dan?

Sommige leerlingen komen uit een intellectueel stimulerend gezin, anderen hebben die stimulering vooral moeten ontberen; hoe gaan we daar in het onderwijs mee om? Kort door de bocht zijn er twee standpunten.

Het ene standpunt is ook het dominante idee in het onderwijsveld: dat mag waar zijn, van die (ontbrekende) intellectuele stimulering, maar intelligentie is toch vooral erfelijk, als het kan moeten we het onderwijs daaraan aanpassen. Differentiëren of individualiseren dus.

Het andere standpunt is: intelligentie is gewoon intellectuele bagage, en daarvan hebben sommige leerlingen minder meegekregen dan andere. In het onderwijs gaan we er alles aan doen dat die verschillen niet groter worden en liefst kleiner. Het onderwijs dat we goed vinden voor intelligente leerlingen, moet ook het onderwijs zijn dat we aan de andere leerlingen aanbieden. Kansen bieden, niet wegnemen.

Uit onverwachte hoek is er steun voor dit argument: de OECD rapporteerde onlangs (goo.gl/1B1KJF) dat in onderwijsstelsels zoals het onze, met een sterke scheiding tussen beroeps- en algemene trajecten, de leerlingen in het vmbo wiskundeonderwijs krijgen dat onder de maat is. Wiskunde in contexten schiet kwalitatief tekort ten opzichte van wiskunde zoals in een meer zuivere vorm gegeven in het vwo.

Validiteit, ook voor onderwijs kenmerk van kwaliteit

In de testpsychologie weten we dat een examen wiskunde zuiver (valide) moet blijven door niet tegelijk ook taal en spelling mee te beoordelen. Op dezelfde manier kan ook onderwijs zelf zuiver, eerlijk, valide blijven, onder andere door verschillen in intelligentie te neutraliseren (in een diepe lade met die tests). Hebt u Piek van Anders Ericsson en Robert Pool al gelezen? De sterke boodschap uit onderzoek naar expertise is dat verschillen in intellectuele capaciteiten (handicaps daargelaten) niet echt van belang zijn bij het ontwikkelen van expertise of talent. Waarom zou dat in het onderwijs anders moeten zijn? Dat iedereen in het basisonderwijs kan leren lezen en rekenen klinkt niet zo vreemd, al handelen we er niet naar, en al zijn dat complexe vaardigheden die we ten onrechte basisvaardigheden noemen. Maar met sterk cognitieve vakken in het voortgezet onderwijs moet hetzelfde kunnen, als we van onze verslaving aan verschillen in talent en intelligentie kunnen afkicken.

tot slot

Enkele voorbeelden van instructie of van scholen waar eerlijker onderwijs lijkt te lukken:

  • • John Mighton’s Jump Math (jumpmath.org/) is een rekenmetode, in Canada steeds meer gebruikt;
  • • Het Core Knowledge curriculum van E. D. Hirsch Jr. coreknowledge.org;
  • • Michaela Community School mcsbrent.co.uk in Londen voor voortgezet onderwijs, opgericht door Katharine Birbalsingh;
  • • De Alan Turing School is een Amsterdamse prijswinnaar vernieuwend basisonderwijs.

Onderzoekers, kom op, we moeten veel meer over praktische mogelijkheden voor eerlijk onderwijs te weten komen!

<afsluiter>

Ben Wilbrink is psycholoog/onderwijsonderzoeker http://www.benwilbrink.nl

<literatuur>

Barshaw, Jill (June 27, 2016). Is it better to teach pure math instead of applied math? OECD study of 64 countries and regions finds significant rich-poor divide on math instruction. The Hechinger Report. goo.gl/zLcP8p

Borsboom, Denny, & Lisa D. Wijsen (2017). Psychology’s atomic bomb. Assessment in Education: Principles, Policy & Practice, 24, 440-446. goo.gl/cZUTdg

Bosman, Anna. M. T. (2015). Zo leer je alle kinderen rekenen. Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk, 54, 413-424. Pdf hier ophalen www.annabosman.eu

Doornbos, Klaas (1971). Geboortemaand en schoolsucces. Proefschrift.

Flynn, James R. (2015) The March of Reason: What Was Hidden in Our Genes. In: Goldstein S., Princiotta D., Naglieri J. (Eds.) Handbook of Intelligence. New York, NY: Springer. (Section: Darwin and the “scum worthy”) goo.gl/vRnMGV

Galton, Francis (1869/1892 2nd/2000). Hereditary genius. An inquiry into its laws and consequences. London: Julian Friedman Publishers. Free: goo.gl/93ULqi

Jarvin, Linda, & Sternberg, Robert J. (2003). Alfred Binet’s contributions as a paradigm for impact in psychology. Chapter 3 in Zimmerman, B. J., & Schunk, D. H. (Eds.) (2003). Educational psychology: A century of contributions. Erlbaum. Google Books: goo.gl/Wn2kQa

Meijnen, Wim (2013). Opstaan tegen zittenblijven. Om moe van te worden. Pedagogische Studiën, 90, 89-96. goo.gl/Ej4nwp

Raven, John (2000). The Raven’s Progressive Matrices: Change and Stability over Culture and Time. Cognitive Psychology, 4, 1-48. goo.gl/XFYEYd

Vroon, Piet (1984 2e). Intelligentie, Over de mythe van het meten en de politieke, sociale en onderwijskundige gevolgen. Ambo. Aantekeningen: goo.gl/pqisDF

Young, Michael (1958). The rise of the meritocracy 1870 – 2033. An essay on education and equality. Thames and Hudson. goo.gl/oTuNPy

—————————————————————————————————————————————

Gepubliceerd in Van Twaalf tot Achttien, september 2018.  http://van12tot18.nl/op-weg-naar-eerlijk-onderwijs (voor abonnees).

Dit artikel was opgegeven als ‘huiswerk’ voor de discussie over eerlijk onderwijs op de ResearchEd 12 januari in Nieuwegein (eind van de middag).  Het artikel was vrij beschikbaar op de website van Van12tot18, tot vandaag.  Dat was voor mij een volkomen verrassing.  De timing kon ook niet slechter.  Deze herplaatsing als blog is een noodgreep.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s