Examenonrecht ‘en effet’

 

  • Bij deze blog. Dit stuk vooronderstelt kennis van het wereldje rond onze eindexamens. Zo ga ik hier niet uitleggen wat een N-term is. Wie daar meer over wil weten: zoek hier: http://www.wiskundebrief.nl/. De voorzieningenrechter heeft het kort samengevat in zijn vonnis in de zaak ‘en effet’, de aanleiding voor al dit rumoer: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBMNE:2017:4334
  • Een eigenaardigheid in het volgende is dat ik graag verwijs naar eigen publicaties uit een ver verleden. Toch zijn die verwijzingen strak functioneel in het betoog, sla ze er dus vooral ook op na.

Ameling Algra, oud medewerker van het College voor Toetsen en Examens (CvTE),  geeft in de WiskundE-brief http://www.wiskundebrief.nl/785.htm#2 uitleg over de zorgvuldige, eerlijke en rechtmatige procedures van het CvTE bij achteraf gebleken problemen met bepaalde examenvragen. Het is een belangrijk stuk, want het CvTE is nogal gesloten over de eigen werkwijzen. Alle dank voor deze bijdrage aan het debat over het CvTE en zijn methoden. Een contra-expertise kan natuurlijk niet uitblijven, al was het maar omdat het vonnis van 28 augustus in de zaak ‘en effet’ veel vragen heeft opgeroepen. https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBMNE:2017:4334  Redactioneel commentaar van de NRC: “Het [CvTE] blaast zichzelf op als het moddert met examens en examinandi.” https://www.nrc.nl/nieuws/2017/08/28/gezakt-met-het-eindexamen-frans-kan-de-rechter-niet-uit-de-voeten-12710748-a1571352 Sterker contrast met Algra is nauwelijks denkbaar, dus hoe zit dat?

‘Het recht van de examenkandidaat van vlees en bloed als uitgangspunt’, schrijft Algra. Maar wat is dat recht? Algra zwijgt erover. Laat ik iedereen meteen uit de droom helpen: de examenkandidaat die haar recht wil halen, moet met een advocaat naar de burgerlijke rechter stappen. Dat is in het ho echt anders, de wetgever heeft daar voorzien in colleges van beroep voor de examens.

De burger in conflict met een overheid kan in beroep volgens de ‘Wet administratieve rechtspraak BES’. Je zou denken dat de examenkandidaat in conflict met het CvTE daar dus ook beroepsrecht heeft, maar helaas, de wetgever sluit dat uit (art 7 lid j). http://wetten.overheid.nl/BWBR0028455/2015-01-01   Mijns inziens berust die uitsluiting op misvattingen over examens en hun mogelijke problemen; laat de politiek eindexamenkandidaten dezelfde rechten op bezwaar en beroep geven als in het ho bij wet geregeld, kwestie van gelijke behandeling toch?

  • Nota Bene. Het Hof Arnhem heeft in februari 2018 uitspraak gedaan in de bodemprocedure https://www.recht.nl/rechtspraak/uitspraak/?ecli=ECLI:NL:GHARL:2018:1817 Voor mij, en velen met mij, was de uitspraak een stevige verrassing omdat het Hof oordeelde dat in dit conflict de gang naar de bestuursrechter openstond. Dus in weerwil van wat de wet stelt, omdat in de wet slechts sprake is van uitsluiting bij conflicten over inhoudelijke beoordeling. In een casus als het onderhavige kan de leerling zich wenden tot de directeur, die dan weer doorverwijst naar de bestuursrechter, of zoiets. Zie ook de regeling die het CvTE en minister Slob in mei 2018 vaststelden voor gevallen waarin er correctie achteraf nodig is, en dat dan volgens het CvTE kan gebeuren door aanpassing van de N-term. Over de onderbouwing van die regeling is begin juni 2018 grote onrust ontstaan. Overigens stelde Roelof Bisschop in maart al kamervragen naar aanleiding van de uitspraak van het Hof Arnhem, antwoorden mei 2018.

Wat volgt hieruit? Dat het recht van eindexamenkandidaten een zwart gat is, maar dat het, wanneer het geregeld zou worden, onder enige systematiek van het administratief recht zal vallen: volgens art. 9 lid 1b in die wet, kan beroep worden ingesteld ‘ter zake dat de beschikking in strijd is met: een algemeen rechtsbeginsel’. Aha. Hier betreden we een terrein dat het CvTE onbekend lijkt te zijn, maar dat wel de kern is van bijvoorbeeld de studierechten (in het wo) zoals door Job Cohen in zijn proefschrift beschreven, anno 2017 nog steeds hèt handboek voor onderwijsrecht bij toetsen en examens. Volledige tekst:  http://www.benwilbrink.nl/projecten/toetsvragen.8.htm#Cohen_1981.

Algemene rechtsbeginselen zijn geen wetten, maar beginselen zoals die in het algemeen rechtsbewustzijn van u en ik leven. Ik noteerde ze 40 jaar geleden al eens, met dank aan Peter Nicolai (bestuursrecht): http://benwilbrink.nl/publicaties/77CesuurbepalingCOWO.htm#6.1. Cohen droeg het verder: het recht krijgt hier immers vorm in de jurisprudentie, en die behandelt hij in zijn proefschrift (gescand): http://www.benwilbrink.nl/projecten/toetsvragen.8.htm#Cohen_1981. Dat gaat weliswaar maar tot 1980, maar de aard van het beestje is dat die rechtsbeginselen nog steeds dezelfde zijn: zoals fair play, rechtszekerheid, motivering, verbod van willekeur, gelijkheid, geen misbruik van bevoegdheden.

Oké, wat we nu gewonnen hebben is een taal, een juridisch kader bovendien, waarin  examenkwesties zinvol te plaatsen en te analyseren zijn. Dus ook de praktijk van het CvTE zoals Algra die schetst. Ik geef mijn analyse in de vorm van vier stellingen; ik ben tenslotte geen jurist, maar een eenvoudige examenexpert. Of zoiets. Hoewel: het is prima om eerst op het eigen rechtsgevoel af te gaan, en dat dan thuis te brengen bij deze algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Stelling 1. De N-term gebruiken om achteraf gebleken scoringsproblemen te corrigeren is misbruik van de bevoegdheid om te equaten.

Toelichting: De wetgever maakt in http://wetten.overheid.nl/BWBR0025364/2014-08-01 helder onderscheid tussen de taak om antwoorden te beoordelen (scoren) in art. 2.2d en de taak om voor van jaar tot jaar vergelijkbare cijfers te zorgen (equaten, CvTE doet dat met vasstellen van een N-term) in art. 2.2e. Het CvTE gooit de systematiek van de wetgever door elkaar door bevoegdheid 2.2e te gebruiken voor problemen die met de bevoegdheid 2.2d aangepakt moeten worden. Anders gezegd: het CvTE handelt met zijn N-term-beleid in strijd met de wet.

Zie: Het CvTE (13 juni 2017). “Voor de duidelijkheid: leerlingen maak je geen zorgen. Als er fouten worden geconstateerd in examens, dan repareren we dat met de N-term”. https://twitter.com/hetcvte/status/874675232921067520 Ik schreef in antwoord daarop: https://twitter.com/benwilbrink/status/874753094659317761 “Pieter, repareren met N-term doet geen recht aan het ontstane onrecht. Download hier het proefschrift van Job Cohen:” http://www.benwilbrink.nl/projecten/toetsvragen.8.htm#Cohen_1981  Het bleef stil.

Stelling 2. Opnieuw vaststellen van de N-term na de N-term-aanpassing wegens compensatie is willekeur, immers zie stelling 1.

Stelling 3.  Op zich is compensatie van scores/cijfers (tja, het is een warboel) via de N-term in strijd met het gelijkheidsbeginsel: ongelijke gevallen worden ten onrechte gelijk behandeld.

Toelichting. Een aanpassing van de N-term geeft ALLE examenkandidaten extra/minder punten, ook al zijn deze gevallen evident ongelijk. De strekking van het beginsel is gelijke gevallen gelijk te behandelen, en ongelijke gevallen naar de mate van hun ongelijkheid. Dat is een nuance anders dan de formulering in artikel 1 van de Grondwet, maar daar gaat het dan ook om uitsluiten van discriminatie.

Anders gezegd: als bij een beroep van een enkele kandidaat geen andere kandidaten zijn betrokken, laat die er dan ook buiten. Ook al heeft de helft van de kandidaten ‘en effet’ als antwoord gegeven: neem daar een op zich passende maatregel voor, nodig kandidaten die daardoor net zijn gezakt uit om zich te melden (hooguit een handvol?).

Stelling 4.  In een individueel geval compensatie voor een erkende fout weigeren is puur onrecht. Weigeren wegens die N-term-correcties, zoals in het casus ‘en effet’ is bovendien  willekeur (want zie stelling 1. & 2.).

Een probleem van andere orde, want lastig door examenkandidaten aan te klagen, is de manier waarop het CvTE zich van zijn taken kwijt. Ik kan dat hier niet verder behandelen, maar de stelling is dat het door het CvTE najagen van ‘objectiviteit’ bij het scoren van examens   over de top is, schadelijk voor de kwaliteit van de examens, en dus ook van het onderwijs. En vernederend voor de leraren. CvTE-voorzitter Pieter Hendrikse (1-9-2017): ”Betrokken docenten en toetsexperts dienen unisono tot conclusies te komen.” In https://www.cvte.nl/actueel/weblog/weblogberichten/2017/unisono-kanttekeningen-bij-een-kort-geding Dat is echt niet realistisch. Gelukkig geeft Hendrikse hier ook aan over deze problematiek het gesprek aan te zullen gaan.

Dit stemt allemaal niet vrolijk. De voorzieningenrechter heeft het gerommel van het CvTE voorlopig gedekt. Het zou een goede zaak zijn wanneer er een hoger beroep komt waarin de schijnwerpers op de door formalistische regels afgedekte willekeur van het CvTE zijn gericht. Misschien kan het LAKS hier een initiatief in nemen, en zich verstaan met advocaat Brussee. Ondertussen kan het CvTE zijn knopen tellen, en zorgen dat de eigen expertise op behoorlijk peil komt.

Stelling 5. Het door het CvTE najagen van ‘objectiviteit’ bij het scoren van examens   is  over de top, schadelijk voor de kwaliteit van de examens, en dus ook van het onderwijs.

In het onderwijs is perfecte overeenstemming tussen onafhankelijke beoordelaars een illusie. Tegen beter weten in jagen velen dat toch als een ideaal doel na, door de leerstof in kinderachtige kleine brokjes op te knippen, open vragen te vervangen door meerkeuzevragen, en zelfs door beoordelaars te trainen in het consequent toepassen van bepaalde beoordelingscriteria. Allemaal kunstgrepen die het onderwijs en zijn leraren in procrustesbedden persen/hakken/rekken.

Voor meerkeuzevragen is het, na even nadenken, toch evident dat ze niet objectief zijn. De Amerikanen zeggen dat het hier om frozen subjectivity gaat. Herken dat maar als willekeur.   Ik heb het al in 1977 uit mogen leggen aan een zaal waarin vrijwel de hele staf van het Cito zat te popelen om mij van weerwoord te dienen:  http://benwilbrink.nl/publicaties/77KeuzevragenORD.htm Is het inderdaad willekeur? Ja, want vooral betere kandidaten bedenken nogal eens originele interpretaties en oplossingen, om er genadeloos (want ‘objectief’) op afgestraft te worden.

Het grappige is nu dat bij keuzevragen het goede alternatief is te zien als het modelantwoord, door CvTE scoringsvoorschrift genoemd.

Bij de meerkeuzevraag staat dat modelantwoord afgedrukt naast foute alternatieven, terwijl bij eindexamens de kandidaten het scoringsvoorschrift pas achteraf te zien krijgen. Examenopgaven zijn dus nog minder eerlijk dan de keuzetoetsvragen, zeker wanneer dat scoringsvoorschrift in de regelgeverij van het CvTE een algemeen verbindend voorschrift is: de docent die ervan afwijkt kan met loeiende sirenes worden afgevoerd naar de plaatselijke lik. Ik overdrijf, maar deze formalistische gekkigheid moet onmiddellijk stoppen. Alles staat op gespannen voet met het beginsel van fair play: achteraf pas te zien krijgen langs welke pseudo-objectieve meetlat je antwoord is gelegd; leraren de mond gesnoerd en in hun professionaliteit beknot.

Toch blijft er het probleem dat professionals in hun oordelen vaak verschillen, hoe kun je daarmee eerlijk omgaan? Zie het begin van mijn presentatie in het Cito, 1994, waar ene Don en ene Wim, superexperts, examenwerk onafhankelijk van elkaar verschillend beoordelen — u verwachtte het al: http://benwilbrink.nl/publicaties/94AlgemeenToetsmodelCITO.htm  Omdat van examenkandidaten niet verwacht mag worden dat zij verschillen in expert-oordelen kunnen voorspellen, is een gouden regel de kandidaten het voordeel van het verschil te geven: hoogst gegeven oordeel telt. Dat is fair play.

Het CvTE heeft hiermee te maken, het zou mooi zijn wanneer het CvTE de kwaliteit van examens verder helpt, in plaats van een unieke eigen wijs te fluiten zoals door Algra en Hendrikse beschreven.

nieuws

Ingrid van Engelshoven (21 december 2017). Aanbieding onderzoekskader van de Inspectie van het onderwijs. pdf

  • Hierbij bied ik u aan, mede namens de Minister voor Basis- en Voortgezet
    Onderwijs en Media, het vernieuwde onderzoekskader voor het toezicht op het
    College voor toetsen en examens (CvTE). Het onderzoekskader zal op 1 januari
    2018 in werking treden.

 

meer nieuws

Uitspraak in beroep, door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 februari 2018 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:1817

  • Het bijzondere van ons bestuursrecht is dat het beoordelen van de kennis van leerlingen expliciet is uitgesloten van beroep [Algemene Wet Bestuursrecht artikel 8:4 lid 3]. Ik heb dat altijd zo begrepen dat er bij wet dus helemaal geen behoorlijke beroepsprocedure is, maar daar heeft het hof een heel ander inzicht bij. Het hof legt in 3.17 uit dat dit bovendien ‘vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ is. Prachtig, weer iets geleerd.

    • 8.4 lid 3 Geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit:

      b. inhoudende een beoordeling van het kennen of kunnen van een kandidaat of leerling die ter zake is geëxamineerd of op enigerlei andere wijze is getoetst, dan wel inhoudende de vaststelling van opgaven, beoordelingsnormen of nadere regels voor die examinering of toetsing

    Het hof maakt een onderscheid tussen inhoudelijk oordeel, en cijfergeving etcetera. [Dat zijn ook afzonderlijke bevoegdheden van het CvTE: respectievelijk artikel 2.2d en 2.2e, zie hierboven in de blog] Het conflict gaat over het handelen van het CvTE bij het corrigeren van een door het CvTE gemaakte fout, niet over een inhoudelijk oordeel (partijen zijn het eens dat ‘en effet’ een goed antwoord is).
    De voorzieningenrechter had dit ook kunnen zien, dat zou voor iedereen wel zo prettig zijn geweest. Voor mij (en anderen) sensationeel: in de praktijk kunnen veel examenklachten, ondanks art 8:4 lid 3, aan de bestuursrechter worden voorgelegd. Benieuwd of die er ook zo over denkt. Ha, we gaan het weten: de Hoge Raad buigt zich over deze zaak.
    Het gaat er dus op lijken dat voor examenkandidaten dezelfde beroepsmogelijkheden bij de bestuursrechter openstaan, die studenten in ho en wo hebben bij hun College van Beroep voor de Examens CoBEx (er is ook een landeijk college van beroep hoger onderwijs https://www.cbho.nl). Die colleges verklaren zich evenmin ontvankelijk voor inhoudelijke meningsverschillen. [Het moet niet te gek worden, in uitzonderlijke gevallen kan een CoBEx wel degelijk een hoogleraar opdragen opnieuw te beoordelen; aan de UvA heeft Heertje in een dergelijk casus de zaak op de spits gedreven. Lang geleden, dat wel.]
    Met andere woorden: voor hun rechten van beroep bij examens kunnen leerlingen te rade gaan bij jurisprudentie van die CoBEx-instanties, zoals bijv. uitvoerig besproken in het proefschrift van Job Cohen scans en in de vaste rubriek examenjurisprudentie in ‘Examens, Tijdschrift voor de Toetspraktijk’ (website). En natuurlijk ook de uitspraken die iedere CoBEx publiceert.

    Het onderscheid tussen inhoudelijk beoordelen en andere zaken (cijfertoekenning) zit overigens helder in de wet op het CvTE, als van elkaar onderscheiden bevoegdheden art. 2.2d en 2.2e, zie hierboven in de blog. De enige partij die dat niet scherp op het netvlies heeft staan: het CvTE.

    Van groot belang is 3.21 waar het hof constateert dat bij de examenuitslag ten onrechte niet is aangegeven dat beroep op de beslissing openstaat bij de directeur van de school (en dan verder naar de bestuursrechter, want de directeur is met handen en voeten gebonden aan de voorschriften van het CvTE). Voortaan zal deze mogelijkheid van beroep dus bij iedere examenuitslag vermeld moeten worden. En als ik het goed begrijp dus ook bij beslissingen zoals zittenblijven (zie immers de tekst van AWB 8.4 lid 3b).

nieuws juni 2018

Er is commotie ontstaan (zie referenties hierbeneden) rond nieuwe regelgeving van het CvTE waarin de omstreden procedure om via de N-term ongelukken met vragen en correctievoorschriften in het beton van de Staatscourant is gegoten. Het CvTE reageert 12 juni als volgt.

College voor Toetsen en Examens (12 juni 2018). De hoogte van de ophoging bij een onvolkomen vraag. pdf

Mirjam Remie (12 juni 2018). ‘Examen doen kan vroeger én vaker per jaar’
Pieter Hendrikse: Discussie over normering van de eindexamens zal er altijd zijn, zegt de voorzitter van het College voor Toetsen en Examens. nrc.nl blog

  • Als een fout in het correctiemodel van een examen niet meer kan worden aangepast, worden leerlingen via de N-term gecompenseerd. De leerlingen die de vraag niet volgens het correctiemodel invulden, maar naar later bleek toch goed (zoals de scholiere van de rechtszaak) worden dan niet benadeeld. De leerlingen die de vraag wél volgens het correctiemodel invulden, krijgen eigenlijk een iets te hoog cijfer. Critici vinden dit oneerlijk: die eerste groep leerlingen had de vraag immers óók goed. Hendrikse benadrukt dat de compensatieregeling al jaren geldt. „We hebben de formule onlangs alleen uitvoeriger uitgelegd.”

    Leraren en wiskundigen zeggen: technisch gezien is de regeling misschien juist, maar moreel niet.

    „Ons startpunt is dat geen enkele leerling benadeeld mag worden door een onvolkomen vraag. Daaraan voldoet dit beoordelingssysteem. We hebben dat de afgelopen jaren meerdere malen door deskundigen laten beoordelen; ook de rechter heeft vorig jaar vastgesteld dat we onze procedures correct toepassen. Maar dan nog zullen er altijd mensen zijn die de aanpak niet goed vinden. Er zal altijd discussie blijven.”

Ben Meindertsma en Kysia Hekster (9 juni 2018). ‘Compensatie voor fouten in eindexamens deugt al jaren niet’. NOS. blog

  • Kneyber (…): “Leerlingen die de vraag goed hadden beantwoord, willen helemaal niet dat die vraag geschrapt wordt. Ze willen dat de vraag goed wordt gerekend, net als bij leerlingen die de vraag goed hadden volgens het correctiemodel.”
  • Wiskundige Gerard Koolstra, uitgever van een wiskundenieuwsbrief, schreef vorig jaar al dat “het principe dat geen kandidaat de dupe mag worden van fouten door examinerende instanties met voeten wordt getreden”.
  • Het CvTE legt de eigen krankjoreme regeling nog eens helder uit:
  • De CvTE zegt in een reactie dat het wil dat “alle leerlingen uiteindelijk een cijfer krijgen dat minstens gelijk is aan het cijfer dat ze zouden hebben gekregen als de onvolkomen vraag niet in het examen had gezeten”.

    Met andere woorden: in de berekening [bedoeld wordt: herberekening van de N-term, niet een herberekening van de puntentelling! b.w.] wordt de vraag waar een fout in zat geschrapt, en iedereen krijgt op basis daarvan een iets hoger cijfer. Hierdoor hebben de mensen die de vraag oorspronkelijk goed hadden geluk, zij krijgen een iets te hoog cijfer. De mensen die hun vraag volgens het correctiemodel fout hadden, maar eigenlijk goed, ondervinden geen nadeel omdat de vraag in de berekening geschrapt is.

Regeling van het College voor Toetsen en Examens van 16 mei 2018, nummer CvTE-18.00853, houdende wijziging van de Regeling beoordelingsnormen en bijbehorende scores centraal examen VO 2015 en de Regeling omzetting scores in cijfers centrale examens en rekentoets VO 2016 in verband met explicitering van de wijze van compensatie voor fouten of onvolkomenheden via de normeringsterm. Staatscourant 31384. webpagina

Gerald Bruins en Remco van Mulligen (7 juni 2018). Correctieregel helpt leerling niet. Een nieuwe wettelijke regeling voor het afrekenen met fouten in de beoordeling van eindexamens leidt tot onrechtvaardige behandeling van kandidaten. artikel

  • Het CvTE is uitstekend op de hoogte van bezwaren die er bestaan tegen het geklungel met gebruik van de N-term om in individuele gevallen zogenaamd eerlijk te corrigeren—ik heb de voorzitter bij herhaling en publiekelijk gewaarschuwd, en ook mijn blog over de zaak ‘en effet’ moet het CvTE hebben bereikt. En toch heeft het CvTE het volgende laten weten
  • De organisatie zegt zich niet te herkennen in de kritiek op de compensatieformule. ‘Ons hebben nog geen vragen – van kenners – bereikt, maar als dat wel gebeurt, zullen wij die graag beantwoorden.’

René Kneyber (30 mei 2018). De gang naar de rechter is – opnieuw – niet uitgesloten om voor het Franse examen te slagen. Trouw column

  • Op het vwo-examen Frans van vorig jaar was de beruchte vraag 15, waarbij er twee antwoorden goed waren: ‘Il s'(agit)’ en ‘en effet’, maar van het CvTE mocht alleen ‘Il s'(agit)’ goed gerekend worden. In tegenstelling tot de koe-met-de-jurk-vraag hield het college om onbegrijpelijke redenen hier hun poot wél stijf. En toen kwam er media-ophef. De Inspectie begon vragen te stellen. Op de dag van de examenuitslag gaven ze alsnog hun fout toe: ‘en effet’ was toch goed.

    Maar nu komt het. Ze pasten niet het correctiemodel aan, daar was het te laat voor. Ze losten het op in de normering, waardoor een leerling die benadeeld werd door deze fout in het correctievoorschrift er niet 0,2, maar slechts 0,1 punt bij kreeg.

René Kneyber (8 juni 2018). N-term (deel 2): Compensatie via de N-term.
blog

We weten nu dus ook hoe het kan dat de rekentoets, de ‘Fyra van het onderwijs’ (Ronald Buitelaar), zo jammerlijk is mislukt: het CvTE is niet in staat een context behoorlijk te vertalen naar een model. Excuus, ik kon het niet laten 😉
Ik heb hierboven geschreven dat de CvTE-regeling krankjorum is. En dat is hij. Wanneer achteraf blijkt dat fout gerekende antwoorden toch goed zijn, zit er niets anders op voor de instantie die verantwoordelijk is voor de examens dan de score te corrigeren, zonder mist te blazen met herberekeningen van de N-term. Ik heb hierboven al uitgelegd dat deze werkwijze van het CvTE in strijd is met de bevoegdheden die het College bij wet zijn toebedeeld. In hoeverre met de publicatie in de Staatscourant van deze bizarre regeling daarin verandering is gekomen, is mij niet duidelijk. Bij wettelijke regeling bepalen dat 2 + 2 = 5 lijkt mij toch vatbaar voor onmiddellijke vernietiging door de rechter. Een flagrant ondeugdelijke procedure correct uitvoeren is wat onder ons gezegd en gezwegen een oxymoron heet — helaas dacht de voorzieningrechter daar anders over, die vond het wel oké zo, en daar doet het CvTE dan weer zijn eigen bedrieglijke voordeel mee. In wat voor land leven wij? Ik zal een paar voorbeelden geven van hoe men elders met achteraf gebleken fouten omgaat.

Linda Jacobson (September 20, 2004). Scoring Error Clouds Hiring Of Teachers. bericht

  • The mistakes made by the Educational Testing Service that led thousands of teacher-candidates to believe they had failed the Praxis II test also have added to the debate over how much reliance educators and policymakers should place on standardized exams to make high-stakes decisions.

ETS to Establish Fund for Damages in Teacher-Licensing-Test Mistake. bericht

  • The Educational Testing Service has agreed to create a $11.1 million fund to pay damages to teachers who were given wrong scores on a licensing exam in 2003 and 2004, under the terms of a settlement disclosed last week.

(not dated) ETS Pays $11.1 Million to Settle Teacher Test Lawsuit. Fairtest. The National Center or Fair and Open Testing. page

  • According to the terms of the legal agreement, test-takers who received erroneously failing scores can file a short form to receive about $500 each automatically or provide more detailed information to make larger monetary claims. The settlement fund is designed to cover “lost wages, decreased earning capacity, delayed graduation, personal injuries, mental anguish, psychological injury, incidental damages, humiliation and embarrassment, out of pocket losses and other forms of damages.” The settlement pool also makes an updated score report available for free to 23,000 other PRAXIS PLT candidates whose scores were also reported as inaccurately low but whose pass-fail status was not changed by correcting the error.

Kathleen Rhoades & Madaus (2003). Errors in Standardized Tests: A Systemic Problem. artcle

  • The nature and extent of human error in educational testing over the past 25 years were studied.
  • … well over 1.5 million students and 4,000 schools have been affected.
Advertisements

8 thoughts on “Examenonrecht ‘en effet’

  1. Mijn stukje in de wiskundEbrief ging uitsluitend over de vraag of de gehanteerde methode bij de leerlinge leidde tot het cijfer waarop zij recht had. In de wiskundEbrief gaat Gerard Koolstra daarop later in; Wilbrink stelt dat een contra-expertise niet kan uitblijven maar gaat verder niet in op de vraag of de leerlinge door de methode het cijfer kreeg waarop zij recht had (en dat is volgens mij toch echt de essentie!)

    Toch een paar opmerkingen :
    – verwijzing naar regelgeving voor het Caribisch gebied is in dit kader minder relevant, leerlingen daar hebben nu wel iets anders aan hun hoofd 🙂
    – ik ga wél in op het recht van de leerling: hij heeft recht op het cijfer dat hij zou hebben gehaald als de gevraagde opgave er niet in had gezeten.
    – de foutencorrectie is een klein onderdeeltje van een beleid dat gebaseerd is op de algemeen erkende rechtsbeginselen. Eén daarvan is het ook door Wilbrink aangehaalde Aristotelische gelijkheidsbeginsel. Waarbij dan wel de aantekening past (óók een rechtsbeginsel): als je krijgt waar je recht op had, is het feit dat een ander per ongeluk wat meer krijgt, geen grond voor bezwaar. Voor de bijbelvaste lezer: de gelijkenis van de werkers in de wijngaard is kennelijk ook onderdeel van onze joods-christelijke traditie.
    – de vraag of individuele compensatie hier mogelijk was, is irrelevant. Door de toepassing van de door mij beschreven methodiek zijn álle leerlingen in een vergelijkbare situatie adequaat gecompenseerd. Individuele aanpassingen zijn soms mogelijk, waren een vast onderdeel van mijn beleidsterrein bij CvTE (beperkingen), maar hier dus niet aan de orde
    – terecht stelt Wilbrink dat volledig objectieve beoordeling een fictie is. Maar waar haalt hij de obsessie van CvTE met meerkeuzevragen vandaan? Vroeger bestonden mavo-examens uit een zitting meerkeuze en een zitting open vragen, en waren de examens moderne vreemde talen 100% meerkeuze. Er is dus sprake van een reductie en dat past niet echt op de veronderstelde fixatie.
    – Als het correctievoorschrift niet verbindend was, had een tweede corrector geen poot heeft om op te staan bij een eerste corrector die de eisen negeert. Is willekeur door correctoren minder erg dan (veronderstelde) willekeur in de N-term?
    – in de rechtszaak ook aan de orde geweest: er zijn docenten die niet de maatregel van het CvTE afwachtten maar bij de gewraakte gesloten vraag een eigen keuze maakten. Dat is niet netjes en jammer, zij bevoordelen daarmee hun eigen leerlingen dubbel, maar de rechtszaakleerling is er niet door benadeeld (volgens de algemeen aanvaarde rechtsbeginselen, zie hierboven).
    – het is voor ouders/leerlingen inderdaad vaak onduidelijk waar zij recht kunnen halen. Dat heeft niet zozeer te maken met juridische onduidelijkheid als wel met de zeker voor een leek onduidelijke verdeling van verantwoordelijkheden tussen school, CvTE, ministerie en inspectie. Misschien een goede taak voor de ouderorganisaties om daar in een handzame brochure een lijn in te schetsen?
    En tenslotte: de zg. versnelde correctie dwingt tot administratief-collectieve maatregelen waar de docenten niet meer bij betrokken zijn en kunnen worden. Inclusief de N-term-aanpassing die de leerling (tenminste) het cijfer levert waarop hij recht heeft, maar die contra-intuïtief is. Waarom niet de pijlen op die versnelde correctie gericht, en zo ruimte creëren voor een systeem dat meer fine tuning en meer inbreng van de professionele docent mogelijk maakt?

    Like

  2. Pingback: Een foute vraag Frans, en hoe CvTE ermee omgaat. 1: Feiten, 2. Duiding. | Educational test item design

  3. Een nieuwe ronde, nieuwe kansen: eindexamens 2018, met een heuse regeling in het Staatsblad voor de compensatieprocedure waar dus weinig van klopt. Artikel:

    Gerald Bruins en Remco van Mulligen (7 juni 2018). Correctieregel helpt leerling niet. Een nieuwe wettelijke regeling voor het afrekenen met fouten in de beoordeling van eindexamens leidt tot onrechtvaardige behandeling van kandidaten. Nederlands Dagblad.
    https://www.nd.nl/nieuws/nederland/correctieregel-helpt-leerling-niet.3036012.lynkx?s=YhckgHnOf6vpYRS8EhSUzg==

    Like

  4. Ik zie dat ik de uitspraak van het Hof Arnhem nog niet heb vermeld. Ik zal in de tekst van de blog ook vermelden dat in de visie van dit Hof de weg naar de bestuursrechter openstaat bij conflicten die niet strikt een inhoudelijk oordeel betreffen. Jurisprudentie van universitaire Colleges van Beroep voor de Examens, zoals o.a. beschreven in de dissertatie van Job Cohen (1981) ‘Studierechten in het wetenschappelijk onderwijs’ maakt duidelijk dat er veel conflicten van die aard zijn, zoals evidente mankementen in vraagstellingen, en willekeur bij correctie van fouten in tentamens.

    Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27-02-2018 / 200.224.325 https://www.recht.nl/rechtspraak/uitspraak/?ecli=ECLI:NL:GHARL:2018:1817

    “Inhoudsindicatie. Kort geding. Hoger beroep van ECLI:NL:RBMNE:2017:4334. Vordering van gezakte leerlinge tegen College voor Toetsen en Examens wegens een fout in het correctievoorschrift centraal schriftelijk examen Frans VWO 2017. Procespartij. Taakverdeling tussen burgerlijke rechter en bestuursrechter. Exceptieve toetsing. Eiseres is niet-ontvankelijk bij de burgerlijke rechter. Toepassing van wisselbepaling van art. 70 lid 2 Rv.”

    “3.15
    Dat volgens artikel 8:4 lid 3 aanhef en onder b Awb geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit inhoudende een beoordeling van kennen of kunnen van een kandidaat of leerling die ter zake is geëxamineerd of op enigerlei andere wijze is getoetst, dan wel inhoudende de vaststelling van opgaven, beoordelingsnormen of nadere regels voor die examinering of toetsing, leidt niet tot een ander oordeel. Deze beperking heeft tot doel het oordeel waarop de beperking betrekking heeft over te laten aan personen en instanties die daartoe de vereiste deskundigheid hebben (AbRvS 13 maart 2002, ECLI:NL:RVS:2002: AE1795) Die beperking ziet dus, voor zover in deze zaak van belang, op de vakinhoudelijke beoordeling van vraag 15, het daarbij behorende correctievoorschrift en het door [appellante] gegeven antwoord. Daar gaat het in deze zaak evenwel niet om.”

    Like

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s