Examenonrecht ‘en effet’

 

  • Bij deze blog. Dit stuk vooronderstelt kennis van het wereldje rond onze eindexamens. Zo ga ik hier niet uitleggen wat een N-term is. Wie daar meer over wil weten: zoek hier: http://www.wiskundebrief.nl/. De voorzieningenrechter heeft het kort samengevat in zijn vonnis in de zaak ‘en effet’, de aanleiding voor al dit rumoer: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBMNE:2017:4334
  • Een eigenaardigheid in het volgende is dat ik graag verwijs naar eigen publicaties uit een ver verleden. Toch zijn die verwijzingen strak functioneel in het betoog, sla ze er dus vooral ook op na.

Ameling Algra, oud medewerker van het College voor Toetsen en Examens (CvTE),  geeft in de WiskundE-brief http://www.wiskundebrief.nl/785.htm#2 uitleg over de zorgvuldige, eerlijke en rechtmatige procedures van het CvTE bij achteraf gebleken problemen met bepaalde examenvragen. Het is een belangrijk stuk, want het CvTE is nogal gesloten over de eigen werkwijzen. Alle dank voor deze bijdrage aan het debat over het CvTE en zijn methoden. Een contra-expertise kan natuurlijk niet uitblijven, al was het maar omdat het vonnis van 28 augustus in de zaak ‘en effet’ veel vragen heeft opgeroepen. https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBMNE:2017:4334  Redactioneel commentaar van de NRC: “Het [CvTE] blaast zichzelf op als het moddert met examens en examinandi.” https://www.nrc.nl/nieuws/2017/08/28/gezakt-met-het-eindexamen-frans-kan-de-rechter-niet-uit-de-voeten-12710748-a1571352 Sterker contrast met Algra is nauwelijks denkbaar, dus hoe zit dat?

‘Het recht van de examenkandidaat van vlees en bloed als uitgangspunt’, schrijft Algra. Maar wat is dat recht? Algra zwijgt erover. Laat ik iedereen meteen uit de droom helpen: de examenkandidaat die haar recht wil halen, moet met een advocaat naar de burgerlijke rechter stappen. Dat is in het ho echt anders, de wetgever heeft daar voorzien in colleges van beroep voor de examens.

De burger in conflict met een overheid kan in beroep volgens de ‘Wet administratieve rechtspraak BES’. Je zou denken dat de examenkandidaat in conflict met het CvTE daar dus ook beroepsrecht heeft, maar helaas, de wetgever sluit dat uit (art 7 lid j). http://wetten.overheid.nl/BWBR0028455/2015-01-01   Mijns inziens berust die uitsluiting op misvattingen over examens en hun mogelijke problemen; laat de politiek eindexamenkandidaten dezelfde rechten op bezwaar en beroep geven als in het ho bij wet geregeld, kwestie van gelijke behandeling toch?

Wat volgt hieruit? Dat het recht van eindexamenkandidaten een zwart gat is, maar dat het, wanneer het geregeld zou worden, onder enige systematiek van het administratief recht zal vallen: volgens art. 9 lid 1b in die wet, kan beroep worden ingesteld ‘ter zake dat de beschikking in strijd is met: een algemeen rechtsbeginsel’. Aha. Hier betreden we een terrein dat het CvTE onbekend lijkt te zijn, maar dat wel de kern is van bijvoorbeeld de studierechten (in het wo) zoals door Job Cohen in zijn proefschrift beschreven, anno 2017 nog steeds hèt handboek voor onderwijsrecht bij toetsen en examens. Volledige tekst:  http://www.benwilbrink.nl/projecten/toetsvragen.8.htm#Cohen_1981.

Algemene rechtsbeginselen zijn geen wetten, maar beginselen zoals die in het algemeen rechtsbewustzijn van u en ik leven. Ik noteerde ze 40 jaar geleden al eens, met dank aan Peter Nicolai (bestuursrecht): http://benwilbrink.nl/publicaties/77CesuurbepalingCOWO.htm#6.1. Cohen droeg het verder: het recht krijgt hier immers vorm in de jurisprudentie, en die behandelt hij in zijn proefschrift (gescand): http://www.benwilbrink.nl/projecten/toetsvragen.8.htm#Cohen_1981. Dat gaat weliswaar maar tot 1980, maar de aard van het beestje is dat die rechtsbeginselen nog steeds dezelfde zijn: zoals fair play, rechtszekerheid, motivering, verbod van willekeur, gelijkheid, geen misbruik van bevoegdheden.

Oké, wat we nu gewonnen hebben is een taal, een juridisch kader bovendien, waarin  examenkwesties zinvol te plaatsen en te analyseren zijn. Dus ook de praktijk van het CvTE zoals Algra die schetst. Ik geef mijn analyse in de vorm van vier stellingen; ik ben tenslotte geen jurist, maar een eenvoudige examenexpert. Of zoiets. Hoewel: het is prima om eerst op het eigen rechtsgevoel af te gaan, en dat dan thuis te brengen bij deze algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Stelling 1. De N-term gebruiken om achteraf gebleken scoringsproblemen te corrigeren is misbruik van de bevoegdheid om te equaten.

Toelichting: De wetgever maakt in http://wetten.overheid.nl/BWBR0025364/2014-08-01 helder onderscheid tussen de taak om antwoorden te beoordelen (scoren) in art. 2.2d en de taak om voor van jaar tot jaar vergelijkbare cijfers te zorgen (equaten, CvTE doet dat met vasstellen van een N-term) in art. 2.2e. Het CvTE gooit de systematiek van de wetgever door elkaar door bevoegdheid 2.2e te gebruiken voor problemen die met de bevoegdheid 2.2d aangepakt moeten worden. Anders gezegd: het CvTE handelt met zijn N-term-beleid in strijd met de wet.

Zie: Het CvTE (13 juni 2017). “Voor de duidelijkheid: leerlingen maak je geen zorgen. Als er fouten worden geconstateerd in examens, dan repareren we dat met de N-term”. https://twitter.com/hetcvte/status/874675232921067520 Ik schreef in antwoord daarop: https://twitter.com/benwilbrink/status/874753094659317761 “Pieter, repareren met N-term doet geen recht aan het ontstane onrecht. Download hier het proefschrift van Job Cohen:” http://www.benwilbrink.nl/projecten/toetsvragen.8.htm#Cohen_1981  Het bleef stil.

Stelling 2. Opnieuw vaststellen van de N-term na de N-term-aanpassing wegens compensatie is willekeur, immers zie stelling 1.

Stelling 3.  Op zich is compensatie van scores/cijfers (tja, het is een warboel) via de N-term in strijd met het gelijkheidsbeginsel: ongelijke gevallen worden ten onrechte gelijk behandeld.

Toelichting. Een aanpassing van de N-term geeft ALLE examenkandidaten extra/minder punten, ook al zijn deze gevallen evident ongelijk. De strekking van het beginsel is gelijke gevallen gelijk te behandelen, en ongelijke gevallen naar de mate van hun ongelijkheid. Dat is een nuance anders dan de formulering in artikel 1 van de Grondwet, maar daar gaat het dan ook om uitsluiten van discriminatie.

Anders gezegd: als bij een beroep van een enkele kandidaat geen andere kandidaten zijn betrokken, laat die er dan ook buiten. Ook al heeft de helft van de kandidaten ‘en effet’ als antwoord gegeven: neem daar een op zich passende maatregel voor, nodig kandidaten die daardoor net zijn gezakt uit om zich te melden (hooguit een handvol?).

Stelling 4.  In een individueel geval compensatie voor een erkende fout weigeren is puur onrecht. Weigeren wegens die N-term-correcties, zoals in het casus ‘en effet’ is bovendien  willekeur (want zie stelling 1. & 2.).

Een probleem van andere orde, want lastig door examenkandidaten aan te klagen, is de manier waarop het CvTE zich van zijn taken kwijt. Ik kan dat hier niet verder behandelen, maar de stelling is dat het door het CvTE najagen van ‘objectiviteit’ bij het scoren van examens   over de top is, schadelijk voor de kwaliteit van de examens, en dus ook van het onderwijs. En vernederend voor de leraren. CvTE-voorzitter Pieter Hendrikse (1-9-2017): ”Betrokken docenten en toetsexperts dienen unisono tot conclusies te komen.” In https://www.cvte.nl/actueel/weblog/weblogberichten/2017/unisono-kanttekeningen-bij-een-kort-geding Dat is echt niet realistisch. Gelukkig geeft Hendrikse hier ook aan over deze problematiek het gesprek aan te zullen gaan.

Dit stemt allemaal niet vrolijk. De voorzieningenrechter heeft het gerommel van het CvTE voorlopig gedekt. Het zou een goede zaak zijn wanneer er een hoger beroep komt waarin de schijnwerpers op de door formalistische regels afgedekte willekeur van het CvTE zijn gericht. Misschien kan het LAKS hier een initiatief in nemen, en zich verstaan met advocaat Brussee. Ondertussen kan het CvTE zijn knopen tellen, en zorgen dat de eigen expertise op behoorlijk peil komt.

Stelling 5. Het door het CvTE najagen van ‘objectiviteit’ bij het scoren van examens   is  over de top, schadelijk voor de kwaliteit van de examens, en dus ook van het onderwijs.

In het onderwijs is perfecte overeenstemming tussen onafhankelijke beoordelaars een illusie. Tegen beter weten in jagen velen dat toch als een ideaal doel na, door de leerstof in kinderachtige kleine brokjes op te knippen, open vragen te vervangen door meerkeuzevragen, en zelfs door beoordelaars te trainen in het consequent toepassen van bepaalde beoordelingscriteria. Allemaal kunstgrepen die het onderwijs en zijn leraren in procrustesbedden persen/hakken/rekken.

Voor meerkeuzevragen is het, na even nadenken, toch evident dat ze niet objectief zijn. De Amerikanen zeggen dat het hier om frozen subjectivity gaat. Herken dat maar als willekeur.   Ik heb het al in 1977 uit mogen leggen aan een zaal waarin vrijwel de hele staf van het Cito zat te popelen om mij van weerwoord te bedienen:  http://benwilbrink.nl/publicaties/77KeuzevragenORD.htm Is het inderdaad willekeur? Ja, want vooral betere kandidaten bedenken nogal eens originele interpretaties en oplossingen, om er genadeloos (want ‘objectief’) op afgestraft te worden.

Het grappige is nu dat bij keuzevragen het goede alternatief is te zien als het modelantwoord, door CvTE scoringsvoorschrift genoemd.

Bij de meerkeuzevraag staat dat modelantwoord afgedrukt naast foute alternatieven, terwijl bij eindexamens de kandidaten het scoringsvoorschrift pas achteraf te zien krijgen. Examenopgaven zijn dus nog minder eerlijk dan de keuzetoetsvragen, zeker wanneer dat scoringsvoorschrift in de regelgeverij van het CvTE een algemeen verbindend voorschrift is: de docent die ervan afwijkt kan met loeiende sirenes worden afgevoerd naar de plaatselijke lik. Ik overdrijf, maar deze formalistische gekkigheid moet onmiddellijk stoppen. Alles staat op gespannen voet met het beginsel van fair play: achteraf pas te zien krijgen langs welke pseudo-objectieve meetlat je antwoord is gelegd; leraren de mond gesnoerd en in hun professionaliteit beknot.

Toch blijft er het probleem dat professionals in hun oordelen vaak verschillen, hoe kun je daarmee eerlijk omgaan? Zie het begin van mijn presentatie in het Cito, 1994, waar ene Don en ene Wim, superexperts, examenwerk onafhankelijk van elkaar verschillend beoordelen — u verwachtte het al: http://benwilbrink.nl/publicaties/94AlgemeenToetsmodelCITO.htm  Omdat van examenkandidaten niet verwacht mag worden dat zij verschillen in expert-oordelen kunnen voorspellen, is een gouden regel de kandidaten het voordeel van het verschil te geven: hoogst gegeven oordeel telt. Dat is fair play.

Het CvTE heeft hiermee te maken, het zou mooi zijn wanneer het CvTE de kwaliteit van examens verder helpt, in plaats van een unieke eigen wijs te fluiten zoals door Algra en Hendrikse beschreven.

nieuws

Ingrid van Engelshoven (21 december 2017). Aanbieding onderzoekskader van de Inspectie van het onderwijs. pdf

  • Hierbij bied ik u aan, mede namens de Minister voor Basis- en Voortgezet
    Onderwijs en Media, het vernieuwde onderzoekskader voor het toezicht op het
    College voor toetsen en examens (CvTE). Het onderzoekskader zal op 1 januari
    2018 in werking treden.

 

meer nieuws

Uitspraak in beroep, door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 februari 2018 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2018:1817

  • Het bijzondere van ons bestuursrecht is dat het beoordelen van de kennis van leerlingen expliciet is uitgesloten van beroep [Algemene Wet Bestuursrecht artikel 8:4 lid 3]. Ik heb dat altijd zo begrepen dat er bij wet dus helemaal geen behoorlijke beroepsprocedure is, maar daar heeft het hof een heel ander inzicht bij. Het hof legt in 3.17 uit dat dit bovendien ‘vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ is. Prachtig, weer iets geleerd.

    • 8.4 lid 3 Geen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit:

      b. inhoudende een beoordeling van het kennen of kunnen van een kandidaat of leerling die ter zake is geëxamineerd of op enigerlei andere wijze is getoetst, dan wel inhoudende de vaststelling van opgaven, beoordelingsnormen of nadere regels voor die examinering of toetsing

    Het hof maakt een onderscheid tussen inhoudelijk oordeel, en cijfergeving etcetera. [Dat zijn ook afzonderlijke bevoegdheden van het CvTE: respectievelijk artikel 2.2d en 2.2e, zie hierboven in de blog] Het conflict gaat over het handelen van het CvTE bij het corrigeren van een door het CvTE gemaakte fout, niet over een inhoudelijk oordeel (partijen zijn het eens dat ‘en effet’ een goed antwoord is).
    De voorzieningenrechter had dit ook kunnen zien, dat zou voor iedereen wel zo prettig zijn geweest. Voor mij (en anderen) sensationeel: in de praktijk kunnen veel examenklachten, ondanks art 8:4 lid 3, aan de bestuursrechter worden voorgelegd. Benieuwd of die er ook zo over denkt.
    Het gaat er dus op lijken dat voor examenkandidaten dezelfde beroepsmogelijkheden bij de bestuursrechter openstaan, die studenten in ho en wo hebben bij hun College van Beroep voor de Examens CoBEx (er is ook een landeijk college van beroep hoger onderwijs https://www.cbho.nl). Die colleges verklaren zich evenmin ontvankelijk voor inhoudelijke meningsverschillen. [Het moet niet te gek worden, in uitzonderlijke gevallen kan een CoBEx wel degelijk een hoogleraar opdragen opnieuw te beoordelen; aan de UvA heeft Heertje in een dergelijk casus de zaak op de spits gedreven. Lang geleden, dat wel.]
    Met andere woorden: voor hun rechten van beroep bij examens kunnen leerlingen te rade gaan bij jurisprudentie van die CoBEx-instanties, zoals bijv. uitvoerig besproken in het proefschrift van Job Cohen scans en in de vaste rubriek examenjurisprudentie in ‘Examens, Tijdschrift voor de Toetspraktijk’ (website). En natuurlijk ook de uitspraken die iedere CoBEx publiceert.

    Het onderscheid tussen inhoudelijk beoordelen en andere zaken (cijfertoekenning) zit overigens helder in de wet op het CvTE, als van elkaar onderscheiden bevoegdheden art. 2.2d en 2.2e, zie hierboven in de blog. De enige partij die dat niet scherp op het netvlies heeft staan: het CvTE.

    Van groot belang is 3.21 waar het hof constateert dat bij de examenuitslag ten onrechte niet is aangegeven dat beroep op de beslissing openstaat bij de directeur van de school (en dan verder naar de bestuursrechter, want de directeur is met handen en voeten gebonden aan de voorschriften van het CvTE). Voortaan zal deze mogelijkheid van beroep dus bij iedere examenuitslag vermeld moeten worden. En als ik het goed begrijp dus ook bij beslissingen zoals zittenblijven (zie immers de tekst van AWB 8.4 lid 3b).

Advertisements

5 thoughts on “Examenonrecht ‘en effet’

  1. Mijn stukje in de wiskundEbrief ging uitsluitend over de vraag of de gehanteerde methode bij de leerlinge leidde tot het cijfer waarop zij recht had. In de wiskundEbrief gaat Gerard Koolstra daarop later in; Wilbrink stelt dat een contra-expertise niet kan uitblijven maar gaat verder niet in op de vraag of de leerlinge door de methode het cijfer kreeg waarop zij recht had (en dat is volgens mij toch echt de essentie!)

    Toch een paar opmerkingen :
    – verwijzing naar regelgeving voor het Caribisch gebied is in dit kader minder relevant, leerlingen daar hebben nu wel iets anders aan hun hoofd 🙂
    – ik ga wél in op het recht van de leerling: hij heeft recht op het cijfer dat hij zou hebben gehaald als de gevraagde opgave er niet in had gezeten.
    – de foutencorrectie is een klein onderdeeltje van een beleid dat gebaseerd is op de algemeen erkende rechtsbeginselen. Eén daarvan is het ook door Wilbrink aangehaalde Aristotelische gelijkheidsbeginsel. Waarbij dan wel de aantekening past (óók een rechtsbeginsel): als je krijgt waar je recht op had, is het feit dat een ander per ongeluk wat meer krijgt, geen grond voor bezwaar. Voor de bijbelvaste lezer: de gelijkenis van de werkers in de wijngaard is kennelijk ook onderdeel van onze joods-christelijke traditie.
    – de vraag of individuele compensatie hier mogelijk was, is irrelevant. Door de toepassing van de door mij beschreven methodiek zijn álle leerlingen in een vergelijkbare situatie adequaat gecompenseerd. Individuele aanpassingen zijn soms mogelijk, waren een vast onderdeel van mijn beleidsterrein bij CvTE (beperkingen), maar hier dus niet aan de orde
    – terecht stelt Wilbrink dat volledig objectieve beoordeling een fictie is. Maar waar haalt hij de obsessie van CvTE met meerkeuzevragen vandaan? Vroeger bestonden mavo-examens uit een zitting meerkeuze en een zitting open vragen, en waren de examens moderne vreemde talen 100% meerkeuze. Er is dus sprake van een reductie en dat past niet echt op de veronderstelde fixatie.
    – Als het correctievoorschrift niet verbindend was, had een tweede corrector geen poot heeft om op te staan bij een eerste corrector die de eisen negeert. Is willekeur door correctoren minder erg dan (veronderstelde) willekeur in de N-term?
    – in de rechtszaak ook aan de orde geweest: er zijn docenten die niet de maatregel van het CvTE afwachtten maar bij de gewraakte gesloten vraag een eigen keuze maakten. Dat is niet netjes en jammer, zij bevoordelen daarmee hun eigen leerlingen dubbel, maar de rechtszaakleerling is er niet door benadeeld (volgens de algemeen aanvaarde rechtsbeginselen, zie hierboven).
    – het is voor ouders/leerlingen inderdaad vaak onduidelijk waar zij recht kunnen halen. Dat heeft niet zozeer te maken met juridische onduidelijkheid als wel met de zeker voor een leek onduidelijke verdeling van verantwoordelijkheden tussen school, CvTE, ministerie en inspectie. Misschien een goede taak voor de ouderorganisaties om daar in een handzame brochure een lijn in te schetsen?
    En tenslotte: de zg. versnelde correctie dwingt tot administratief-collectieve maatregelen waar de docenten niet meer bij betrokken zijn en kunnen worden. Inclusief de N-term-aanpassing die de leerling (tenminste) het cijfer levert waarop hij recht heeft, maar die contra-intuïtief is. Waarom niet de pijlen op die versnelde correctie gericht, en zo ruimte creëren voor een systeem dat meer fine tuning en meer inbreng van de professionele docent mogelijk maakt?

    Like

  2. Pingback: Een foute vraag Frans, en hoe CvTE ermee omgaat. 1: Feiten, 2. Duiding. | Educational test item design

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s